**1.** Uitgaven voor investeringen in duurzame energie zijn subsidiabel indien het gaat om onder meer:
zonnepanelen;
zonnecollectoren;
windmolens;
aardwarmte;
losse batterijen voor tijdelijke opslag van energie ten behoeve van eerder aangeschafte zonnepanelen.
**2.** In het geval van investeringen genoemd in het eerste lid zijn in combinatie met deze investeringen subsidiabel:
de kosten verbonden aan het aansluiten van het lid, de producentenorganisatie of de dochteronderneming op een geothermische bron;
in het geval van zonnepanelen en zonnecollectoren de kosten in verband met de voor de installatie noodzakelijke aanpassing van het gebouw van de producentenorganisatie, een lid of een dochteronderneming, en het ondersteuningsmateriaal;
de kosten verbonden aan het transformatorstation, het aansluiten van het transformatorstation van het lid, de producentenorganisatie of dochteronderneming op een extern transformatorstation van de energieleverancier en de kosten voor het versterken van de verbinding voor hernieuwbare energie; en
batterijen voor tijdelijke opslag van energie.
**3.** Niet subsidiabel zijn uitgaven voor:
warmte-krachtkoppeling installaties of de revisie daarvan; en
biobrandstofbranders.
**4.** In aanvulling op het eerste lid, onderdeel e, en het tweede lid, onderdeel d, toont de producentenorganisatie de passendheid en de reductie van ten minste 15% op verbruik conform artikel 5.3.9, tweede lid, aan met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
Hoofdstuk 5 › Titel 5.3 › Afdeling 5.3.2 › § 7 › § 7.2
Artikel 5.3.119
Artikel 5.3.119
Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026