**1.** Het percentage, bedoeld in artikel 52, lid 5a van verordening 2021/2115, wordt verleend voor een investering in een duurzaam productiemiddel in het kader van de sectorale doelstellingen productieplanning en organisatie, concentratie van het aanbod en in de handel brengen van de producten, en verbetering van het concurrentievermogen, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdelen a, b, en c, van verordening 2021/2115, op het bedrijf, waarvan het bedrijfshoofd een jonge landbouwer of nieuwe landbouwer is die voor het eerst lid is van een producentenorganisatie, en in die hoedanigheid voor het eerst deelneemt aan een operationeel programma of gedurende de drie jaar na de datum waarop de jonge landbouwer of nieuwe landbouwer het lidmaatschap bij een producentenorganisatie heeft verkregen.
**2.** Een jonge landbouwer wordt geacht voor het eerst deel te nemen aan een operationeel programma, wanneer deze:
bedrijfshoofd is van een lid dat het lidmaatschap bij een producentenorganisatie heeft verkregen gedurende de looptijd van het operationeel programma van die producentenorganisatie;
gedurende de looptijd van een operationeel programma bedrijfshoofd wordt van een lid van een producentenorganisatie;
**3.** Een nieuwe landbouwer wordt geacht voor het eerst deel te nemen aan een operationeel programma, wanneer deze:
voor het eerst bedrijfshoofd is van een lid dat het lidmaatschap bij een producentenorganisatie heeft verkregen gedurende de looptijd van het operationeel programma van die producentenorganisatie;
gedurende de looptijd van een operationeel programma voor het eerst bedrijfshoofd wordt van een lid van een producentenorganisatie.
**4.** Een jonge landbouwer of nieuwe landbouwer is bedrijfshoofd als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, indien deze op de datum van indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 5.2.48, derde lid:
voor ten minste 50 procent zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf;
als natuurlijk persoon daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 dat, behoudens de datum, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, van overeenkomstige toepassing is; en
belast of mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering.
**5.** Van de 50 procent zeggenschap, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, is sprake, ingeval een jonge landbouwer en nieuwe landbouwer:
ten minste 50 procent van een bedrijf juridisch in eigendom of onder het recht van reguliere pacht of erfpacht heeft; of
ten minste 50 procent van de aandelen bezit in geval van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap.
**6.** Indien aan het bedrijf meerdere jonge landbouwers of nieuwe landbouwers als bedrijfshoofd deelnemen, dan hebben de jonge landbouwers of nieuwe landbouwers individueel de vereiste daadwerkelijke langdurige zeggenschap, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, en gezamenlijk ten minste het percentage van de zeggenschap, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a.
**7.** Een jonge landbouwer of nieuwe landbouwer beschikt over een passende opleiding of passende vaardigheden, als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, indien deze beschikt over:
een diploma of een getuigschrift van een opleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op het niveau middelbaar beroepsonderwijs; of
een bewijs van tenminste twee jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie, op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 5.2.48, tellend vanaf het moment dat de leeftijd van 16 jaar is bereikt.
**8.** Op verzoek van de minister overlegt de producentenorganisatie bewijsstukken om aan te tonen dat het bedrijfshoofd van een lid kwalificeert als jonge landbouwer of nieuwe landbouwer.
Geldt met ingang van het uitvoeringsjaar 2027.
Hoofdstuk 5 › Titel 5.3 › Afdeling 5.3.1
Artikel 5.3.4a
Subsidie jonge of nieuwe landbouwers
Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026