**1.** De activiteiten in paragraaf 6 en 7 van deze afdeling dragen bij aan agromilieuklimaatdoelstellingen, als bedoeld in artikel 12 van verordening 2022/126, indien:
de producentenorganisatie het verwachte voordeel en extra effect van de interventie in verband met agromilieuklimaatdoelstellingen ex ante aantoont, overeenkomstig artikel 12, tweede lid, van verordening 2022/126; en
de producentenorganisatie een herzieningsclausule, als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van verordening 2022/126, opneemt in haar operationeel programma.
**2.** In aanvulling op het eerste lid toont de producentenorganisatie in het geval van een investering in een duurzaam productiemiddel een reductie van ten minste 15% op verbruik aan ten opzichte van de daarvoor bestaande situatie en bij nieuwe kassen ten opzichte van de situatie dat deze investering niet wordt gedaan van:
het gebruik van productiemiddelen die niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen zijn, zoals water of fossiele brandstof, of een mogelijke bron van milieuvervuiling zijn, zoals meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen of bepaalde soorten energiebronnen;
de uitstoot van lucht-, bodem- of waterverontreinigende stoffen in het productieproces, of
de productie van afval, waaronder afvalwater in het productieproces.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing:
voor zover het meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen betreft in het geval van biologische productie; of
in het geval van een investering in een duurzaam productiemiddel als bedoeld in de artikelen 5.3.91, 5.3.94, 5.3.95, 5.3.97, 5.3.97a, 5.3.124 en 5.3.125.
**4.** In het geval van activiteiten als bedoeld in artikel 5.3.88 moet de daadwerkelijke waterbesparing worden aangetoond.
Hoofdstuk 5 › Titel 5.3 › Afdeling 5.3.2 › § 1
Artikel 5.3.9
Artikel 5.3.9
Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026