**1.** Onder ongunstige weersomstandigheden worden in elk geval begrepen:
weersomstandigheden die volgens een schade-expert of het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, en
elk van de volgende weersomstandigheden:
regenval;
droogte;
(nacht)vorst;
sneeuw;
ijzel;
storm;
hagel, of
brand door blikseminslag.
**2.** De minister kan in aanvulling op het eerste lid, in overleg met de brancheorganisatie van verzekeraars, ook andere ongunstige weersomstandigheden erkennen.
Hoofdstuk 5 › Titel 5.5 › § 2
Artikel 5.5.12
Ongunstige weersomstandigheden
Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023