Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor het geven van advies indien:
de adviseur niet overeenkomstig artikel 38, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 is erkend in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem;
advisering in een groepsverband heeft plaatsgevonden;
de advisering niet hoofdzakelijk was gericht op het in de aanvraag vermelde onderwerp;
de erkende bedrijfsadviseur financieel niet onafhankelijk is van de aanvrager waardoor het te verstrekken advies niet onpartijdig is in de zin van artikel 15, derde lid, van verordening 2021/2115;
de erkende bedrijfsadviseur niet toereikend gekwalificeerd of voldoende opgeleid is of sprake is van belangenconflicten als bedoeld in artikel 15, derde lid, van verordening 2021/2115;
de erkende bedrijfsadviseur niet deskundig is op het onderwerp, bedoeld in artikel 5.7.10, eerste lid, waarop de advisering is gericht; of
het advies niet in gaat op tenminste de volgende elementen:
de adviesbehoefte van de landbouwer met betrekking tot het gekozen aandachtsgebied;
de specifieke bedrijfssituatie van de landbouwer;
de probleemanalyse;
de beoogde impact van het advies.
Hoofdstuk 5 › Titel 5.7 › § 5.7.4
Artikel 5.7.18
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 10 juni 2023