Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Titel 5.7 › § 5.7.4

Artikel 5.7.18

Afwijzingsgronden

Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 juni 2023

Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor het geven van advies indien: de adviseur niet overeenkomstig artikel 38, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 is erkend in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem; advisering in een groepsverband heeft plaatsgevonden; de advisering niet hoofdzakelijk was gericht op het in de aanvraag vermelde onderwerp; de erkende bedrijfsadviseur financieel niet onafhankelijk is van de aanvrager waardoor het te verstrekken advies niet onpartijdig is in de zin van artikel 15, derde lid, van verordening 2021/2115; de erkende bedrijfsadviseur niet toereikend gekwalificeerd of voldoende opgeleid is of sprake is van belangenconflicten als bedoeld in artikel 15, derde lid, van verordening 2021/2115; de erkende bedrijfsadviseur niet deskundig is op het onderwerp, bedoeld in artikel 5.7.10, eerste lid, waarop de advisering is gericht; of het advies niet in gaat op tenminste de volgende elementen: de adviesbehoefte van de landbouwer met betrekking tot het gekozen aandachtsgebied; de specifieke bedrijfssituatie van de landbouwer; de probleemanalyse; de beoogde impact van het advies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel