**1.** Onverminderd artikel 2.11 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:
de ligging van de deelnemende percelen van het samenwerkingsverband voor meer dan 50% is beoogd buiten een overgangsgebied N2000;
aan een aanvraag minder dan 2,5 punten zijn toegekend voor effectiviteit;
de gezamenlijke deelnemende percelen van het samenwerkingsverband een oppervlakte betreffen van minder dan 200 hectare;
een melkveehouderijbedrijf of akkerbouwbedrijf deelneemt aan meer dan één samenwerkingsverband dat op grond van deze paragraaf een subsidieaanvraag indient;
een deelnemer aan het samenwerkingsverband, niet zijnde een landbouwer, een onderneming is die geen kleine, middelgrote of micro-onderneming is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de landbouwvrijstellingsverordening;
er geen sprake is van een nieuwe samenwerkingsvorm of het verrichten van nieuwe activiteiten door een bestaande samenwerkingsvorm;
op basis van de aanvraag minder dan 21 punten zijn behaald.
**2.** Voor zover de in dit artikel genoemde vereisten betrekking hebben op landbouwareaal, wordt uitgegaan van de feitelijke situatie bij de deelnemer aan het samenwerkingsverband.
**3.** Bij het bepalen van de feitelijke situatie, genoemd in het tweede lid, wordt uitgegaan van de situatie op 15 mei van het betreffende kalenderjaar.
Hoofdstuk 5 › Titel 5.8 › § 5.8.4
Artikel 5.8.4.6
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 27 november 2025