Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.11

FDG_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2022· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2021

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium FDG_C op: de indeling in FDG_C-klassen 2022 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 7 van deze Beleidsregels; de opgave per 1 juni 2021 van declaraties fysiotherapie en oefentherapie 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; en het PKB 2020. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PER 2021 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 7 van deze Beleidsregels, in welke FDG_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FDG_C de toepasselijke trendfactor toe. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, bedoeld in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor. 4. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2021 voor het eerst voorkomen per FDG_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2021 toe. 5. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FDG_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FDG_C’ in. 6. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FDG_C naar de macroverzekerdenraming. 7. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FDG_C de toepasselijke COVID-correctiefactor toe.

Rechtspraak bij dit artikel