Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.30

De berekening van het normatieve bedrag en de berekening en toekenning van de vereveningsbijdrage

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2022· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2021

1. Het Zorginstituut berekent het normatieve bedrag 2022 van een zorgverzekeraar als de som van het deelbedrag variabele zorgkosten 2022, het deelbedrag vaste zorgkosten 2022 en het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2022. 2. Het Zorginstituut berekent de opbrengst van de nominale rekenpremie 2022 per zorgverzekeraar door de geraamde aantallen verzekerden van achttien jaar of ouder 2022 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2022. 3. Voor de toepassing van artikel 8, derde lid, van de Rrv, vermindert het Zorginstituut het resultaat na toepassing van het tweede lid met de detentiefactor van 0,06307 procent. 4. Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2022 voor een zorgverzekeraar door op het normatieve bedrag 2022, bedoeld in het eerste lid, de normatieve opbrengst van het eigen risico 2022 zoals bepaald in Artikel 2.29, vijfde lid, en de op grond van het tweede en derde lid berekende opbrengst van de nominale rekenpremie 2022 in mindering te brengen. 5. Het Zorginstituut berekent per zorgverzekeraar de uitkering voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar 2022. De hoogte van deze uitkering is het product van het aantal geraamde verzekerden jonger dan achttien jaar en het bedrag in artikel 20 van de Rrv. 6. Het Zorginstituut kent aan de zorgverzekeraar de som van de vereveningsbijdrage 2022 en de uitkering voor de uitvoeringskosten toe.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel