Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.9

DKG_G

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2022· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2021

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium DKG_G op: de indeling in DKG_G klassen 2022 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 5 van deze Beleidsregels; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2021 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle prestaties generalistische Basis-GGZ in 2019 en van alle dbc’s GGZ en zzp’s GGZ die in 2019 geopend zijn; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2020 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ en zzp’s GGZ die in 2018 geopend zijn; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2019 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ die in 2017 geopend zijn; en de vertaaltabel zoals vastgesteld in het conversieonderzoek bekostiging GGZ (WOR 1037). 2. Het Zorginstituut past bij de indeling van verzekerden in DKG_G-klassen de vertaaltabel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, op de brongegevens toe. 3. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, na toepassing van het tweede lid, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2020. Het Zorginstituut bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 5 van deze Beleidsregels, in welke DKG_G-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 4. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium DKG_G de toepasselijke trendfactor toe. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2020 voor het eerst voorkomen per DKG_G-klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2020 toe. 5. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2021 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 6. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2021 voor het eerst voorkomen per DKG_G-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2021 toe. 7. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen DKG_G’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen DKG_G’ in. 8. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG_G naar de macroverzekerdenraming.

Rechtspraak bij dit artikel