**1.** Het Zorginstituut baseert het aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium MVV_C op:
de indeling in MVV_C-klassen 2022 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 11 van deze Beleidsregels;
de leeftijd volgens het PKB 2022;
de kosten volgens declaraties kosten verpleging en verzorging 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2021, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2022 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
de kosten volgens declaraties kosten verpleging en verzorging 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2022, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2023 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
de kosten volgens declaraties kosten verpleging en verzorging 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2023 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
bewoners Wlz-instelling volgens Wlz-declaraties december 2021 en Wlz-declaraties december 2022; en
het PKB 2019, PKB 2020 en PKB 2021.
**2.** Het Zorginstituut koppelt de opgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met g, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2022 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 11 van deze Beleidsregels, in welke MVV_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
**3.** Indien het drempelbedrag gelijk is aan nul euro deelt het Zorginstituut, met inachtneming van artikel 10, elfde lid, van de Rrv, verzekerden met kosten gelijk aan het drempelbedrag in bij de klasse ‘Geen MVV_C’.
**4.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MVV_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MVV_C’ in.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.12
MVV_C
Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2022· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2021