**1.** Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2022 voor de eerste voorlopige vaststelling als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2022, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2022 en het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2022.
**2.** Voor de bandbreedteregeling voor de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2022:
bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2022, bedoeld in Artikel 4.24, zevende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2022, bedoeld in Artikel 4.24, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar of ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven;
berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor de gezamenlijke zorgverzekeraars het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2022, bedoeld in artikel 4.24, zevende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2022, bedoeld in Artikel 4.24, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar of ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is; en
past het Zorginstituut artikel 3.16 van het Bzv toe op het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat voor het cluster kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg.
**3.** Het Zorginstituut berekent de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar voor de eerste voorlopige vaststelling door de verzekerden van achttien jaar of ouder 2022 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2022.
**4.** Het Zorginstituut vermindert het resultaat na toepassing van het derde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2022 per 1 mei 2023 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen.
**5.** Het Zorginstituut herberekent voor de eerste voorlopige vaststelling de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar 2022 te vermenigvuldigen met het bedrag in artikel 20 van de Rrv.
**6.** Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage 2022 voor de eerste voorlopige vaststelling door de som van het herberekende normatieve bedrag 2022 en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve opbrengst van het eigen risico, bedoeld in Artikel 4.26, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het derde en vierde lid.
**7.** Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2022 in september 2023 voorlopig vast ter hoogte van de in het zesde lid berekende bijdrage.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.27
De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2022 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2022
Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2022· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 21 december 2022