Opzetwitwassen (artikel 420bis WvSr).
Bedrag
first offender
1 x recidive
meermalen recidive
t/m € 5.000
TS 50 uur
5j
2j
TS 70 uur
Idem of GS 5 wkn
Eis TS 100 uur of
GS 7 wkn ov
€ 15.000
GS 4 wkn
5j
2j
GS 6 wkn
GS 6 wkn
GS 8 wkn ov
Hieronder worden de witgewassen bedragen (vanaf € 25.000,–) als uitgangspunt genomen. Daarbij vindt beoordeling van de strafmaat plaats aan de hand van de volgende drie categorieën verdachten:
I. geldkoerier/moneymule/gelddrager/eenvoudige katvanger/degene die zijn bankrekening en bankpas ter beschikking stelt; deze personen verrichten hun werkzaamheden voor een ander, vaak voor een geringe vergoeding.
II. degene die een voorwerp, afkomstig van misdrijf, witwast (voorbeeld: grote contante geldbedragen die worden aangetroffen bij een persoon die te relateren is aan het plegen van strafbare feiten); deze personen handelen voor zichzelf.
III. de facilitator, onmisbaar voor de georganiseerde criminaliteit: bijvoorbeeld een persoon die criminelen helpt bij het verhullen van gelden uit misdrijf afkomstig.
Bedrag
Categorie I
Categorie II
Categorie III
€ 25.000
GS 5 wkn
GS 8 wkn
GS 4 mnd
€ 50.000
GS 11 wkn
GS 4 mnd
GS 6 mnd
€ 75.000
GS 4 mnd
GS 6 mnd
GS 8 mnd
€ 100.000
GS 6 mnd
GS 8 mnd
GS 10 mnd
€ 150.000
GS 8 mnd
GS 10 mnd
GS 12 mnd
€ 200.000
GS 10 mnd
GS 12 mnd
GS 16 mnd
€ 250.000
GS 12 mnd
GS 16 mnd
GS 18 mnd
€ 300.000
GS 14 mnd
GS 18 mnd
GS 22 mnd
€ 350.000
GS 16 mnd
GS 20 mnd
GS 24 mnd
€ 400.000
GS 18 mnd
GS 22 mnd
GS 26 mnd
€ 450.000
GS 20 mnd
GS 24 mnd
GS 30 mnd
€ 500.000
GS 22 mnd
GS 26 mnd
GS 32 mnd
€ 600.000
GS 24 mnd
GS 30 mnd
GS 36 mnd
€ 700.000
GS 26 mnd
GS 32 mnd
GS 40 mnd
€ 800.000
GS 28 mnd
GS 34 mnd
GS 42 mnd
€ 900.000
GS 30 mnd
GS 37 mnd
GS 45 mnd
€ 1.000.000
GS 32 mnd
GS 40 mnd
GS 48 mnd
Bijzonderheden:
• het maakt hierbij niet uit van welk gronddelict het geld afkomstig is;
• bij recidive en/of gewoontewitwassen en/of beroepswitwassen wordt 1/3 opgeteld bij het ‘normale’ tarief;
• als sprake is van schuldwitwassen dan geldt de helft van het tarief (met als strafmaximum 2 jaar gevangenisstraf);
• als sprake is van eenvoudig opzet- of schuldwitwassen dan geldt 1/5 dan wel 1/10 van het tarief (met als strafmaximum 6 maanden dan wel 3 maanden gevangenisstraf);
• ‘de partner van’ valt onder categorie 2 als sprake is van opzetwitwassen. Indien er sprake is schuldwitwassen dan geldt de helft van dat tarief (met als strafmaximum 2 jaar gevangenisstraf);
• het vorderen van een geldboete kan afhankelijk van de feiten en omstandigheden passend zijn in aanvulling op het vorderen van een gevangenisstraf of taakstraf. Het motief van criminele activiteiten, zo ook van witwassen, is doorgaans financieel en daarom kan een financiële prikkel en bestraffing in bepaalde gevallen opportuun zijn naast of in plaats van verbeurdverklaring en/of het indienen van een ontnemingsvordering.
• over beroepswitwassen staat in de memorie van toelichting (Kamerstukken II, 2012-2013, 33 685 nr. 3 pag. 8): “Uit de analyse van de strafbaarstelling van witwassen in de ons omringende landen blijkt dat zwaardere straffen worden voorzien indien de dader misbruik maakt van zijn beroep om witwashandelingen te verrichten. Te denken valt bijvoorbeeld aan belastingadviseurs, advocaten of bankiers, die de specifieke mogelijkheden die de uitoefening van hun beroep daartoe biedt misbruiken voor het verhullen en wegsluizen van misdaadgelden. Hun handelen tast de goede naam aan van de beroepsgroep waartoe zij behoren en zij verloochenen in voorkomende gevallen ook de rol van poortwachter die de overheid hen op grond van hun beroep of ambt heeft toebedeeld.” Het openbaar ministerie beschouwt als normadressaat van beroepswitwassen in ieder geval de meldplichtige beroepen en bedrijven zoals opgenomen in artikel 1a lid 1 tot en met lid 4 Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft);
• als het beroep van de (mede)pleger de witwasactiviteiten vergemakkelijkt (bijvoorbeeld de accountant, notaris, advocaat, dan wel andere meldplichtigen zoals genoemd in de Wwft) dan is het advies om ofwel een bijkomende straf te eisen ofwel al dan niet via de beroepsorganisatie een tuchtrechtelijke maatregel te laten opleggen;
• de lijst gaat tot een bedrag van € 1.000.000,–. Daarboven geldt: de eis substantieel verhogen tot het stafmaximum (6 jaar gevangenisstraf bij opzetwitwassen en 8 jaar bij gewoonte- en beroepswitwassen);
• de vordering tot gevangenisstraf, taakstraf en/of geldboete zal waar mogelijk en opportuun vergezeld dienen te gaan van een vordering tot ontneming of verbeurdverklaring.
• Bij de vordering tot gevangenisstraf, taakstraf en/of geldboete kan, in aanvulling op de drie categorieën verdachten, rekening worden gehouden met de hieronder opgenomen strafvermeerderende en/of strafverminderende factoren:
○ de duur, omvang en continuïteit van de gedraging;
○ de rol van de verdachte ten opzichte van mededaders;
○ de mate waarin de verdachte medewerking heeft verleend aan het onderzoek;
○ de omvang van het beoogde eigen financiële gewin;
○ de financiële draagkracht van de verdachte;
○ het recidivegevaar;
○ en de duur van de strafprocedure.
Legenda
Afkortingen
TS = Taakstraf
GS = gevangenisstraf
ov = onvoorwaardelijk
5j = recidive binnen 5 jaar
2j = recidive binnen 2 jaar
Artikel 2
Basiscasus/delict
Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering witwassen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2021