**1.** Een examenkandidaat is geslaagd voor het staatsexamen vwo met toekenning van het judicium cum laude indien de examenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:
ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:
de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer, bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
ten minste het eindcijfer 7 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 4.20; en
alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
**2.** Een examenkandidaat is geslaagd voor het staatsexamen havo met toekenning van het judicium cum laude indien de examenuitslag voldoet aan de volgende voorschriften:
ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0, berekend op basis van de eindcijfers voor:
de vakken in het gemeenschappelijke deel van het profiel, het eindcijfer bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, en de vakken van het profieldeel; en
het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld;
ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie «voldoende» voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 4.20; en
alle centrale examens zijn afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 6
Artikel 4.30
Judicium cum laude staatsexamen vwo en havo
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit WVO 2020· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022