Voor de toepassing van artikel 8, vierde lid, IFR is in elk geval goedgekeurd dat de notionele eigenvermogensvereisten voor dochterondernemingen die in derde landen gevestigd zijn, als bedoeld in de tweede alinea van artikel 8, vierde lid, IFR, de eigenvermogensvereisten zijn die op individuele basis ingevolge de IFR op deze dochters van toepassing zouden zijn geweest indien zij hun zetel zouden hebben in een lidstaat.
Hoofdstuk 3
Artikel 3:3
– Notionele eigenvermogensvereisten bij toepassing van artikel 8, vierde lid, IFR
Onderdeel van Regeling specifieke bepalingen IFR en IFD· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 4 november 2022