Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vergaderingen

Onderdeel van Bestuursreglement Nederlandse Emissieautoriteit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 16 december 2021

1. Het Bestuur vergadert in beginsel een keer per maand. 2. Indien de voorzitter dat voor de goede uitoefening van taken noodzakelijk acht, kan hij besluiten een extra vergadering te beleggen. 3. Het Bestuur kan derden vragen om de vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen. 1. De functie van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het bestuur van de NEa rouleert. Hiervoor wordt voor schema opgesteld waarin is aangegeven welke bestuurslid in welke periode de functie van voorzitter heeft. De functie van voorzitter wordt in beginsel voor een periode van 1,5 jaar toegekend. De functie van plaatsvervangend voorzitter zal worden toegekend aan het bestuurslid dat de eerstvolgende is om de functie van voorzitter op zich te nemen. 2. De voorzitter zit de vergaderingen van het Bestuur voor. 3. De voorzitter stelt elk jaar voor het gehele jaar de data en tijdstippen van de vergaderingen vast. 4. De vergaderingen zijn niet openbaar, tenzij de voorzitter anders bepaalt. De voorzitter stelt in overleg met de directeur-bestuurder de agenda voor de vergadering samen en bewaakt de voortgang van de actielijst. De voorzitter bewerkstelligt dat de agenda, tezamen met eventuele vergaderstukken, tijdig naar de overige leden van het Bestuur gestuurd wordt. De voorzitter wordt hierbij ondersteund door de ambtelijk secretaris van de NEa. 5. In afwezigheid van de voorzitter neemt de plaatsvervangend voorzitter zijn of haar taken over. 1. De vergadering wordt geopend indien twee bestuursleden aanwezig zijn. 2. Besluitvorming vindt bij consensus plaats, tenzij een onoverkomelijk verschil van mening een stemming noodzakelijk maakt. In dat geval vindt besluitvorming bij meerderheid van stemmen plaats. 3. Ieder lid van het Bestuur heeft een gelijke stem. 4. Een lid van het Bestuur is bevoegd zijn stem door middel van een last of een machtiging uit te brengen. Een last of een machtiging dient schriftelijk, dan wel via een langs elektronische weg reproduceerbaar bericht, gegeven te worden en is gericht aan een ander lid. 5. Het bestuur kan besluiten buiten vergadering nemen, mits dit schriftelijk of elektronisch gebeurt en met algemene stemmen. 6. De voorzitter bewerkstelligt dat van elke vergadering een verslag opgesteld wordt. Het verslag bevat ten minste: een opgave van de aanwezige personen; een vermelding van de behandelde aangelegenheden; zo nodig een voor goed begrip van hetgeen is besloten noodzakelijke, korte weergave van de gevoerde discussie; een lijst van de genomen besluiten en actiepunten. 7. Het verslag wordt binnen vijf werkdagen na de vergadering aan de bestuursleden verzonden. Het wordt de eerstvolgende vergadering na verzending, al dan niet gewijzigd, vastgesteld door het bestuur. 1. Elke vorm en schijn van belangenverstrengeling of schijn van vooringenomenheid van leden van het Bestuur bij het uitoefenen van hun publiekrechtelijke bevoegdheden, wordt vermeden. 2. Een lid van het Bestuur meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang terstond aan de andere bestuursleden. Indien de bestuurslid van mening is dat zijn onpartijdigheid bij een bepaalde gelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van het Bestuur met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de bestuurslid zich verschonen. 3. Indien het Bestuur van mening is dat de onpartijdigheid van een bestuurslid bij een bepaalde gelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van het Bestuur met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan het Bestuur besluiten een bestuurslid ongevraagd verschoning te verlenen. 4. Indien het tweede of derde lid van toepassing is, neemt het desbetreffende bestuurslid niet deel aan de behandeling van en de besluitvorming over de desbetreffende aangelegenheid. 5. De mededeling of het besluit tot gebruik van het recht van verschoning wordt opgenomen in het verslag. 1. De bestuursleden nemen omtrent alle informatie die zij in het kader van hun functie verkrijgen en die als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel waarvan de vertrouwelijkheid uit de aard der informatie voortvloeit, strikte geheimhouding in acht, ook na hun aftreden. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op diegenen die belast zijn met de administratieve en secretariële ondersteuning van het Bestuur en op diegenen die vergaderingen geheel of gedeeltelijk hebben bijgewoond.

Rechtspraak bij dit artikel