**1.** Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in Nederland:
rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 en die als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie;
beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, en arbeid als zelfstandige verricht, of als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie;
vóór zijn achttiende verjaardag is gestart:
met een beroepsopleiding bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of bij een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en die in het kader van de beroepsopleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
met praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en die in het kader van de voorbereiding op het uitoefenen van functies op de arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, onbezoldigd te werk wordt gesteld;
met een leer-werktraject als bedoeld in artikel 2.103, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en die in het kader van een beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 2.103, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 op grond van een leer-werkovereenkomst als bedoeld in artikel 2.103, zesde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of in het kader van een maatschappelijke stage als bedoeld in artikel 2.32 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 op grond van een stageovereenkomst als bedoeld in artikel 2.32, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 onbezoldigd te werk wordt gesteld;
met een entreeopleiding als bedoeld in artikel 2.102 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en die in het kader van de kwalificatie voor het eerste niveau van beroepsuitoefening onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.102, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
met het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel van het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder b, van de Wet op de expertisecentra, en die in het kader van het getuigschrift onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een stageovereenkomst als bedoeld in artikel 9 van het Onderwijskundig besluit WEC; of
met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a, van de Wet op de expertisecentra, en die in het kader van een leer-werktraject of een beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 2.103 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, een entreeopleiding als bedoeld in artikel 2.102 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of de kwalificatie voor het eerste niveau van beroepsuitoefening onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een leer-werkovereenkomst als bedoeld in artikel 2.103, zesde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020; of
beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, en activiteiten verricht in het kader van medezeggenschap of een bestuursfunctie als bedoeld in artikel 7.51, tweede lid, onder a, van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek.
**2.** De onderdelen a en b van het eerste lid zijn van toepassing indien:
de stage wordt verricht op grond van een schriftelijke stageovereenkomst gesloten tussen de onderwijsinstelling, de werkgever als stagebiedende organisatie, en de stagiair, waarbij in ieder geval bij de overeenkomst afspraken zijn gemaakt over de taken van de stagiair, de leerdoelen, de arbeidstijden, de duur van de stage en onkostenvergoedingen en voorzien is in een ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering;
de onderwijsinstelling in de stageovereenkomst verklaart dat de stage relevant is voor zijn studie; en
de stageovereenkomst aanwezig is bij de werkgever op de stageplek.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Stagiairs
Onderdeel van Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2026