Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 18

Berekening exploitatieoverschot bij opheffing of beëindiging van de bekostiging van de laatste school van een bevoegd gezag

Onderdeel van Besluit bekostiging WPO BES 2022· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2022

1. Voor de toepassing van artikel 121 van de wet wordt onder exploitatieoverschot verstaan: het bedrag van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 99, 103 en 104 van de wet, verminderd met de lasten over dat jaar voor zover deze als rechtmatig kunnen worden aangemerkt, de reserveringen voor zover afkomstig uit ’s Rijks kas, met inbegrip van de ontvangen rentebaten, en voor zover het een niet door een openbaar lichaam in stand gehouden school betreft, de niet bestede gedeelten van de uitkeringen op grond van de voorschriften inzake de eilandelijke overschrijding. 2. Het bevoegd gezag meldt het overeenkomstig het eerste lid berekende saldo, verdeeld naar de onderdelen a en b, respectievelijk c, van het eerste lid, tezamen met het jaarverslag over het laatste jaar waarin de school nog geheel of gedeeltelijk voor bekostiging in aanmerking kwam. De opgave gaat vergezeld van een verklaring van een deskundige over de juistheid van de opgave. 3. Indien het exploitatieoverschot van een niet door een openbaar lichaam in stand gehouden school mede is opgebouwd uit uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en geen onderscheid kan worden gemaakt met de baten respectievelijk de lasten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, geldt als maatstaf voor de verdeling van eerstbedoeld deel van het exploitatieoverschot tussen Rijk en het desbetreffende openbaar lichaam de verhouding tussen het ontvangen bedrag aan bekostiging van het Rijk en het ontvangen bedrag aan uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, van het openbaar lichaam in een periode van vijf jaren voorafgaand aan het jaar van de beëindiging van de bekostiging. 4. De verdeling, bedoeld in het derde lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

Rechtspraak bij dit artikel