Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Terhandstelling van een geneesmiddel

Onderdeel van Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023

1. Terhandstelling van een geneesmiddel Deze prestatie mag alleen per voorschrift in rekening worden gebracht, met uitzondering van geneesmiddelen als bedoeld in artikel 6.8 van de Regeling Geneesmiddelenwet (orale anticonceptiva, niet-orale anticonceptiva die UR-geneesmiddelen zijn, en insuline). Om deze prestatie te kunnen declareren dienen alle onderstaande activiteiten ten minste te zijn uitgevoerd: Beoordelen of het voorschrift leesbaar, authentiek, rationeel en doelmatig is. Medicatiebewaking uitvoeren: beoordelen of de voorgeschreven farmacotherapie geschikt is voor de patiënt door te controleren op onvolkomenheden, onvolledigheden, onjuistheden of vergissingen ten aanzien van geneesmiddel, dosering, duur van behandeling, interacties, contra-indicaties, dubbelmedicatie en overgevoeligheid op basis van het actuele geneesmiddelengebruik van de patiënt (inclusief zelfzorgmiddelen). Indien voorgeschreven farmacotherapie niet geschikt is: terugkoppelen naar of afstemmen met voorschrijver. Het direct of indirect aan de patiënt (en/of diens verzorger) verstrekken van mondelinge en schriftelijke relevante informatie (minimaal de bijsluiter) voorafgaand of tijdens de terhandstelling ter bevordering van goed geneesmiddelengebruik. Het (geven van instructie voor het) toedieningsgereed maken van UR-geneesmiddelen voor patiënten die dat behoeven. Controleren op inconsistenties van het ter hand te stellen geneesmiddel met het voorschrift vóór terhandstelling. Controleren van correcte uitvoering van alle bovengenoemde activiteiten na de terhandstelling. Het treffen van passende maatregelen bij vermoede of geconstateerde gebreken in de farmaceutische zorg- en dienstverlening. Vastleggen van de relevante gegevens in het digitale patiëntendossier. Terhandstellen van het UR-geneesmiddel. Deze prestatie kan ook worden gedeclareerd als na uitvoering van activiteiten 1 tot en met 3 (in samenspraak met de voorschrijver) of 1 tot en met 4 (in samenspraak met de patiënt en/of diens verzorger) weloverwogen is besloten het voorgeschreven UR-geneesmiddel niet ter hand te stellen en niet te vervangen door een ander UR-geneesmiddel. In alle andere gevallen waarbij geen sprake is van een terhandstelling kan deze prestatie niet worden gedeclareerd. De voorschriften op het recept zijn bepalend voor de declaratie van de zorgaanbieder voor de prestatie ‘Terhandstelling van een geneesmiddel’. De zorgaanbieder brengt voor een voorschrift niet meer dan éénmaal een tarief voor de prestatie ‘Terhandstelling van een geneesmiddel’ in rekening, tenzij: de periode waarvoor het geneesmiddel is voorgeschreven langer is dan de houdbaarheidsperiode van het geneesmiddel; er sprake is van een iteratierecept; de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd of het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen ofwel beiden heeft/hebben geadviseerd om per verstrekking een kleinere hoeveelheid van het geneesmiddel af te leveren dan het voorschrift aangeeft; met de ziektekostenverzekeraar van de consument ten behoeve van wie de prestatie wordt geleverd anders is overeengekomen. 2. Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment) Een ‘Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment)’ kan in rekening gebracht worden wanneer geneesmiddelen in gezamenlijke besluitvorming met voorschrijver en patiënt (en/of diens verzorger) worden ter hand gesteld voor in beginsel een periode van een week of voor meerdere weken tegelijk voor een individuele patiënt door middel van een GDV. In uitzonderlijke situaties kan het noodzakelijk zijn om de GDV ter hand te stellen voor een periode korter dan een week. De prestatie wordt in rekening gebracht per terhandstelling door middel van een GDV en wel voor het geheel aan geneesmiddelen in de GDV. Om deze prestatie te kunnen declareren, dienen de activiteiten uit artikel 5.1 ‘Terhandstelling van een geneesmiddel’ te zijn uitgevoerd, aangevuld met onderstaande activiteiten: De vaststelling dat de patiënt niet in staat is zonder een GDV de terhandgestelde geneesmiddelen verantwoord bij zichzelf toe te dienen, dan wel te laten toedienen. Een intakegesprek met patiënt en/of diens verzorger bij de start met een GDV. Dit gesprek bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: het bespreken van de redenen voor het starten van een GDV; het geven van instructie over het gebruik van de GDV; het inventariseren welke andere (zelfzorg)middelen de patiënt gebruikt; het bespreken van de dosering(sfrequentie) en innametijden. Een periodieke evaluatie van het gebruik en de medische noodzakelijkheid van een GDV. Het verstrekken van een actueel totaal medicatieoverzicht inclusief innametijdstippen aan de patiënt (en/of diens verzorger) en arts, waardoor de patiënt (en/of diens verzorger) de individuele geneesmiddelen kan herkennen. Dit medicatieoverzicht dient te worden verstrekt op elk moment dat een voorschrift wijzigt. Indien de medicatie wijzigt, wordt de patiënt en/of diens verzorger over deze wijziging geïnformeerd. De prestatie kan niet in rekening worden gebracht voor verzekerden die aanspraak hebben op farmaceutische zorg op grond van artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg (Wlz) (behandeling en verblijf in dezelfde instelling). 3. Terhandstelling van een nieuw geneesmiddel met begeleidingsgesprek Er is sprake van ‘Terhandstelling van een nieuw geneesmiddel met begeleidingsgesprek’ indien alle activiteiten zoals genoemd in artikel 5.1 ‘Terhandstelling van een geneesmiddel’ of artikel 5.2 ‘Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment)’ zijn uitgevoerd en het begeleidingsgesprek bij een nieuw UR-geneesmiddel (zie begripsomschrijving) is gevoerd. Deze prestatie mag alleen per voorschrift in rekening worden gebracht, met uitzondering van geneesmiddelen als bedoeld in artikel 6.8 van de Regeling Geneesmiddelenwet (orale anticonceptiva, niet-orale anticonceptiva die UR-geneesmiddelen zijn, en insuline). En de prestatie ‘Terhandstelling van een nieuw geneesmiddel met begeleidingsgesprek’ kan enkel worden gedeclareerd indien de activiteiten genoemd in artikel 5.1 ‘Terhandstelling van een geneesmiddel’ of artikel 5.2 ‘Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment)’ en het begeleidingsgesprek bij een nieuw UR-geneesmiddel zijn uitgevoerd, en: een UR-geneesmiddel met dezelfde werkzame stof en toedieningsvorm niet eerder aan de patiënt ter hand is gesteld, of een UR-geneesmiddel met dezelfde werkzame stof en toedieningsvorm twaalf maanden of langer geleden voor het laatst aan de patiënt ter hand is gesteld, of niet objectief vastgesteld kan worden of aan de patiënt het UR geneesmiddel eerder ter hand is gesteld in de twaalf voorafgaande maanden. 4. Deelprestatie Dienstverlening in de avond, nacht of op zon- of feestdagen De deelprestatie Dienstverlening in de avond, nacht of op zon- of feestdagen kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie onder artikel 5.1, 5.2 of 5.3 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van de ANZ-dienstverlening. 5. Deelprestatie Apotheekbereiding Voor de dienstverlening die direct samenhangt met het ter hand stellen van een UR-geneesmiddel bij een reguliere magistrale bereiding, kan de deelprestatie Apotheekbereiding in rekening worden gebracht. De deelprestatie Apotheekbereiding kan in rekening worden gebracht, indien: er geen sprake is van een bijzondere magistrale bereiding, zoals bedoeld in artikel 5.6, en het de bereiding van een voorgeschreven UR-geneesmiddel betreft, en de magistrale bereiding plaatsvindt door de terhandstellende zorgaanbieder, of op verzoek van de terhandstellende zorgaanbieder op individueel voorschrift plaatsvindt door een bereidende zorgaanbieder, waarbij de gebruikte bereidingshoeveelheid overeenkomt met de bereidingshoeveelheid die noodzakelijk is om het UR-geneesmiddel op het individuele voorschrift ter hand te stellen. 6. Deelprestatie Bijzondere apotheekbereiding Voor de dienstverlening die direct samenhangt met het ter hand stellen van een UR-geneesmiddel bij een bijzondere magistrale bereiding kan de deelprestatie Bijzondere apotheekbereiding in rekening worden gebracht. De deelprestatie Bijzondere apotheekbereiding kan in rekening worden gebracht, indien: het de bereiding van een voorgeschreven UR-geneesmiddel betreft, en voor de bereiding van het geneesmiddel aseptische handelingen nodig zijn of gewerkt moet worden met risicovolle stoffen, die zodanige randvoorwaarden (inrichting zoals veiligheidswerkbank, apparatuur, deskundigheid, ervaring) vereisen dat het, uit oogpunt van kwaliteit of doelmatigheid, wenselijk is het geneesmiddel alleen in gespecialiseerde apotheken te bereiden, en de magistrale bereiding plaatsvindt door de terhandstellende zorgaanbieder, of op verzoek van de terhandstellende zorgaanbieder op individueel voorschrift plaatsvindt door een bereidende zorgaanbieder, waarbij de gebruikte bereidingshoeveelheid overeenkomt met de bereidingshoeveelheid die noodzakelijk is om het UR-geneesmiddel op het individuele voorschrift ter hand te stellen. 7. Deelprestatie Dienstverlening thuis De deelprestatie dienstverlening thuis kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie onder artikel 5.1, 5.2 of 5.3 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van dienstverlening thuis. 2. Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment) Een 'Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment)' kan in rekening worden gebracht wanneer geneesmiddelen in gezamenlijke besluitvorming met voorschrijver en patiënt (en/of diens verzorger) worden ter hand gesteld voor in beginsel een periode van een week of voor meerdere weken tegelijk voor een individuele patiënt door middel van een GDV. In uitzonderlijke situaties kan het noodzakelijk zijn om de GDV ter hand te stellen voor een periode korter dan een week. Om deze prestatie te kunnen declareren, dienen de activiteiten uit artikel 5.1 'Terhandstelling van een geneesmiddel' te zijn uitgevoerd, aangevuld met onderstaande activiteiten: De vaststelling dat de patiënt niet in staat is zonder een GDV de terhandgestelde geneesmiddelen verantwoord bij zichzelf toe te dienen, dan wel te laten toedienen. Een intakegesprek met patiënt en/of diens verzorger bij de start met een GDV. Dit gesprek bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: het bespreken van de redenen voor het starten van een GDV; het geven van instructie over het gebruik van de GDV; het inventariseren welke andere (zelfzorg)middelen de patiënt gebruikt; het bespreken van de dosering(sfrequentie) en innametijden. Een periodieke evaluatie van het gebruik en de medische noodzakelijkheid van een GDV. Het verstrekken van een actueel totaal medicatieoverzicht inclusief innametijdstippen aan de patiënt (en/of diens verzorger) en arts, waardoor de patiënt (en/of diens verzorger) de individuele geneesmiddelen kan herkennen. Dit medicatieoverzicht dient te worden verstrekt op elk moment dat een voorschrift wijzigt. Indien de medicatie wijzigt, wordt de patiënt en/of diens verzorger over deze wijziging geïnformeerd. De prestatie kan niet in rekening worden gebracht voor verzekerden die aanspraak hebben op farmaceutische zorg op grond van artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg (Wlz) (behandeling en verblijf in dezelfde instelling).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel