Energiebesparende maatregelen zijn het door een branchegerelateerd bedrijf in een woning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende maatregelen:
isoleren van spouwmuren in de bestaande thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 1,1 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 10 m2 per huurwoning of monumentale huurwoning, waarbij, in het geval lokaal gespoten PIR of PUR wordt aangebracht, dat gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;
isoleren van de binnen- of buitengevel in de bestaande thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 10 m2 per huurwoning of met een minimale Rd-waarde van 2,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 10 m2 per monumentale huurwoning;
isoleren van het dak in de bestaande thermische schil of het laten isoleren van de zolder- of vlieringvloer in de bestaande thermische schil indien de zolder of vliering onverwarmd is, waarbij het niet toegestaan is om een combinatie van deze twee isolatievormen gezamenlijk in een subsidieaanvraag in te dienen en waarbij, in het geval lokaal gespoten PIR of PUR wordt aangebracht, dat gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen, en waarbij isolatiemateriaal wordt gebruikt met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 20 m2 per huurwoning of, als het een monumentale huurwoning betreft, met een minimale Rd-waarde van 2,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 20 m2 per monumentale huurwoning;
isoleren van de vloer dan wel bodem in de bestaande thermische schil, waarbij, in het geval lokaal gespoten PIR of PUR wordt aangebracht, dat gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen, en waarbij een minimale Rd- of Rbf-waarde van 3,5 [m2K/W] wordt behaald voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 20 m2 per huurwoning of monumentale huurwoning;
vervangen van glas, kozijnpanelen of deuren in de bestaande thermische schil of voor minimaal 3 m2 per huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten, door:
HR++ glas of nieuwe isolerende kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 1,2 [W/m2K] of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 [W/m2K]; of
triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn, of nieuwe isolerende kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 0,7 [W/m2K] of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 [W/m2K];
vervangen van glas, kozijnpanelen of deuren in de bestaande thermische schil voor minimaal 3 m2 per monumentale huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten, door hoogrendementsglas met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 [W/m2K], nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren;
in de bestaande thermische schil voor minimaal 3 m2 per monumentale huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten:
vervangen van voor- of achterzetbeglazing door voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 [W/m2K];
plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 [W/m2K]; of
plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 5,8 [W/m2K];
aanleggen van een ventilatiesysteem door:
het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor CO2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning, met een rendement van ten minste 85%, per huurwoning of monumentale huurwoning waarvan de sturing per huurwoning, monumentale huurwoning of appartement afzonderlijk is te regelen en waarbij de CO2-sensoren ten minste aanwezig zijn in de woonkamer en hoofdslaapkamer; of
het voor de eerste keer aanleggen van decentrale balansventilatiesystemen met geïntegreerde CO2-sensoren met een rendement van ten minste 80%, mits die ten minste in de woonkamer en de hoofdslaapkamer van elke afzonderlijke huurwoning, monumentale huurwoning of appartement worden aangebracht.
Artikel 5
Energiebesparende maatregelen
Onderdeel van Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH)· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026