**1.** Voor de behandeling van een aanvraag voor een nationale vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 47 van verordening (EU) nr. 2019/6 is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 18.038,00.
**2.** Voor de behandeling van een aanvraag voor een gedecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 49 van verordening (EU) nr. 2019/6 is de aanvrager een retributie verschuldigd van:
€ 30.278,00, indien Nederland referentielidstaat is;
€ 10.822,00, indien Nederland geen referentielidstaat is.
**3.** Voor de behandeling van een aanvraag voor een wederzijdse erkenning van een nationale vergunning voor het in de handel brengen als bedoeld in artikel 52 van verordening (EU) nr. 2019/6, inclusief een voorafgaande nationale vergunning voor het in de handel brengen, is de aanvrager een retributie verschuldigd van:
€ 30.278,00, indien Nederland referentielidstaat is;
€ 10.822,00, indien Nederland geen referentielidstaat is.
**4.** Voor de behandeling van een aanvraag voor een vervolgerkenning in de procedures voor wederzijdse erkenning en voor gedecentraliseerde vergunningen voor het in de handel brengen als bedoeld in artikel 53 van verordening (EU) nr. 2019/6 is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 5.621,00 indien Nederland referentielidstaat is.
**5.** Voor de behandeling van een aanvraag op basis van geïnformeerde toestemming als bedoeld in artikel 21 van verordening (EU) nr. 2019/6 is de aanvrager een retributie verschuldigd van € 1.686,00.
Hoofdstuk 4 › § 3
Artikel 4.9
Vergunning voor het in de handel brengen
Onderdeel van Regeling diergeneesmiddelen 2022· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026