Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Specifieke uitkering versterking havenvoorzieningen goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost en Zuid 2022–2030· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 20 februari 2026

In deze regeling wordt verstaan onder: aansluitende vaarwegen: vaarwegen die aansluiten op de goederenvervoercorridors of die als alternatief voor de vaarwegen op de goederenvervoercorridors kunnen worden ingezet zoals de vaarwegverbindingen richting de Rotterdamse haven, Noord-Hollandskanaal tot en met Alkmaar, Zaan, Gouwe, Hollandsche IJssel, Nederrijn, Pannerdensch kanaal en de Gelderse IJssel tot en met Zutphen; goederenvervoercorridors: corridor Oost (corridor Rotterdam – Arnhem/Nijmegen – Duitsland, corridor Zuidoost (corridor Rotterdam – Noord-Brabant/Limburg – Duitsland en corridor Zuid (corridor Amsterdam – Rotterdam – Moerdijk – Vlissingen – Terneuzen – Gent); haveninitiatief: een (gedeeltelijke) herstructurering of vernieuwing van openbare havenvoorzieningenin eenbinnenhaven of zeehaven ter bevordering van de modal shift van goederen van de weg naar de binnenvaart; de Minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat; modal shift: verschuiving van een deel van het goederenvervoer over de weg naar vervoer over het water waarmee de congestie op de weg kan worden verminderd binnen de goederenvervoercorridors; ontvanger: een provincie waar de goederenvervoercorridors in gelegen zijn; openbare havenvoorzieningen: openbare depotruimtes, havenbekkens en kades; provincies: Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zeeland en Zuid-Holland; vaarwegen op de goederenvervoercorridors: de vaarwegen Waal, Maas, Brabantse kanalen, Noordzeekanaal, IJ, Amsterdam-Rijnkanaal, Lekkanaal, Lek, Oude Maas, Nieuwe Maas, Dordtse Kil, Hollandsch Diep, Volkerak, Schelde-Rijnverbinding, Midden-Zeelandroute, Westerschelde en Kanaal van Gent naar Terneuzen.

Rechtspraak bij dit artikel