**1.** Het vacatiegeld, bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, van de Verordening, bedraagt:
per vergadering van de raad van advies: € 500;
per vergadering van het college van afgevaardigden of de financiële commissie: € 275;
per zitting van het hof van discipline: € 400;
per vergadering van de afgevaardigden van de agendacommissie van het college van afgevaardigden ter voorbereiding op het college van afgevaardigden of op verzoek van de algemene raad: € 275;
per zitting van de raad van discipline: € 300;
per vergadering van de redactie van het Advocatenblad: € 160;
per toets door de commissie cassatie voor een:
examen: € 500;
proeve van bekwaamheid: € 750.
**2.** Meerdere vergaderingen, zittingen, selectiegesprekken of toetsen op één dag worden als één vergadering, zitting, gesprek of toets gezien.
**3.** Indien op één dag verschillende vacatiegelden van toepassing zijn, wordt slechts eenmaal het hoogste bedrag toegekend.
**4.** In afwijking van het tweede en derde lid komen meerdere vergaderingen plaatsvindend op verzoek van de algemene raad op één dag in aanmerking voor een vacatiegeld per vergadering.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 5
Hoogte vacatiegeld
Onderdeel van Regeling op de advocatuur· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025