Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 1.9

Voorwaarden en beperkingen

Onderdeel van Regeling Samen Cultuurmaken 2022–2024· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 8 november 2022

1. Wat betreft de sporen geldt, dat een aanvrager per indieningstermijn voor maximaal één spoor één aanvraag kan indienen. Wat betreft de Open Oproep geldt, dat per oproep bekendgemaakt wordt of er een maximaal aantal aanvragen wordt ingesteld. 2. Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager: aantoont dat er een begrotingstekort is en dat ondersteuning door het Fonds nodig is; de mogelijkheid onderzoekt van andere inkomsten dan de gevraagde subsidie, rekening houdend met de aard van het project of de activiteiten; en aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project of de activiteiten uit te voeren. 3. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd. 4. Alleen kosten die direct verband houden met de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd komen voor subsidie in aanmerking. 5. Een aanvraag voor spoor 1, spoor 2, of spoor 3 kan alleen worden gehonoreerd als het gericht is op activiteiten die plaatsvinden in de vrije tijd van de deelnemers. Activiteiten tijdens schooluren worden niet gehonoreerd. Als bij de aanvraag het speciaal onderwijs, scholen in het Caribisch deel van het Koninkrijk of internationale schakelklassen betrokken zijn, kan het Fonds van deze bepaling afwijken. 6. Maximaal 7% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten mag worden besteed aan onvoorziene kosten. 7. Voor aanvragers gevestigd in het Europees deel van Nederland geldt dat maximaal 20% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan materiële investeringen, tenzij het Fonds op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding ziet om hiervan af te wijken. 8. Voor aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt dat maximaal 40% van ‘totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten kan worden besteed aan voor materiële investeringen, tenzij het Fonds op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding ziet om hiervan af te wijken. 9. In afwijking van artikel 4, negende lid, van het Algemeen Subsidiereglement kunnen aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk de kosten voor het omwisselen van valuta voor het uitvoeren van het project opnemen in de subsidieaanvraag. 10. Voor spoor 3 worden per indieningstermijn maximaal vier aanvragen per provincie gehonoreerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel