**1.** De minister verstrekt een specifieke uitkering aan de gemeenten, genoemd in het tweede lid, voor de activiteiten die geformuleerd zijn in de aanvraag van die gemeente en bijdragen aan de realisatie van de doelstelling, bedoeld in artikel 2.
**2.** De specifieke uitkering bedraagt voor de gemeente:
Almelo: € 4.283.596;
Barneveld: € 1.928.500;
Coevorden: € 3.934.522;
De Bilt: € 3.735.694;
Eindhoven: € 5.840.867;
Enkhuizen: € 4.185.740;
Haarlem: € 4.000.000;
Leeuwarden: € 3.250.052;
Leidschendam-Voorburg: € 4.000.000;
Leusden: € 3.874.563;
Noardeast-Fryslân: € 4.430.160;
Peel en Maas: € 4.000.000;
Schiermonnikoog: € 2.297.183;
Súdwest-Fryslân: € 3.970.860;
Vlissingen: € 3.900.250; en
Westerkwartier: € 4.612.000.
**3.** De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor het bekostigen van de BTW die verschuldigd is over de kosten ten gevolge van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
Artikel 3
Activiteiten waarvoor de uitkering wordt verstrekt
Onderdeel van Regeling verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten voor de derde ronde proeftuinen van het programma aardgasvrije wijken· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 14 september 2022