**1.** Het subsidieplafond bedraagt:
in 2022:
voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
in 2023:
voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
Voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
in 2024:
voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
Voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
in 2025:
voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
Voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
in 2026:
voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 11.000.000;
Voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
**2.** Indien een of beide subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, na 1 juni 2026 ontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, kunnen de bedragen worden aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, artikel 3.3, eerste lid, onderdeel e, of artikel 4.3, eerste lid, onderdeel e, onder 1° of 2°.
**3.** Indien na 1 juni 2026 budget voor subsidieaanvragen op grond van hoofdstuk 4 deels onaangesproken is gebleven, kan dit gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 2 of hoofdstuk 3.
**4.** Indien een goedgekeurde aanvraag voor een project haalbaarheidsstudie of een project experimentele ontwikkeling betrekking heeft op laadinfrastructuur kan budget van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, worden ingezet voor aanvragen onder hoofdstuk 4 van deze regeling ter hoogte van het aangevraagde bedrag.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Subsidieplafonds
Onderdeel van Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 januari 2026