Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Terechtzitting na verzet of onvoltooide tenuitvoerlegging

Onderdeel van Aanwijzing OM-strafbeschikking· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 15 april 2022

De wet bepaalt dat indien een zaak na uitvaardigen van een strafbeschikking alsnog voor de rechter wordt gebracht, deze de zaak integraal beoordeelt. De rechter zal eerst nagaan of de bestrafte ontvankelijk is in zijn verzet. In het geval een bestrafte na het doen van verzet wordt opgeroepen voor een terechtzitting, wordt de zaak verder behandeld als een gewone strafzaak. Bij het opleggen van de strafbeschikking zijn ter terechtzitting de strafvorderingsrichtlijnen het uitgangspunt voor de strafeis van de officier van justitie8Bij feitgecodeerde misdrijven en overtredingen geldt voor wat betreft de eis ter terechtzitting na verzet of (gedeeltelijk) onvoltooide tenuitvoerlegging hetgeen daarover is vermeld in de Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen.. Daarvan kan worden afgeweken indien het verzetschrift daartoe aanleiding geeft. Overigens zal steeds, behalve wanneer het verzet niet-ontvankelijk wordt geacht, de vernietiging van de strafbeschikking gevorderd moeten worden. De rechter vernietigt op basis van art. 257f lid 4 Sv de strafbeschikking als hij de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie uitspreekt, dan wel de verdachte vrijspreekt, ontslaat van alle rechtsvervolging of veroordeelt. De vernietiging moet worden geëist en hoort door de rechter te worden uitgesproken en in het vonnis opgenomen. Wanneer de tenuitvoerlegging van de strafbeschikking geheel of gedeeltelijk onvoltooid is, bijvoorbeeld omdat de opgelegde geldboete niet of niet volledig is betaald of kan worden verhaald, kan de officier van justitie besluiten de bestrafte te dagvaarden. Indien reeds een gedeeltelijke betaling heeft plaatsgevonden, wordt deze in de uitvoering door het CJIB in mindering gebracht op de door de rechter opgelegde straf. De officier van justitie verdisconteert het reeds voldane bedrag dus niet in zijn eis. Evenals in de zaken waarin de bestrafte verzet heeft gedaan tegen de strafbeschikking, vormen ook hier de strafvorderingsrichtlijnen het uitgangspunt. Daarvan kan worden afgeweken indien het niet voldoen aan de in de strafbeschikking opgelegde sanctie verontschuldigbaar is. Ook in deze gevallen geldt dat de rechter op basis van art. 257f lid 4 Sv de strafbeschikking vernietigt als hij de niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie uitspreekt, dan wel de verdachte vrijspreekt, ontslaat van alle rechtsvervolging of veroordeelt. De vernietiging moet worden geëist en hoort door de rechter te worden uitgesproken en in het vonnis opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel