Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Gunstbetoon

Onderdeel van Beleidsregels gunstbetoon Wet medische hulpmiddelen· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 april 2022

Gunstbetoon is verboden, tenzij het binnen de kaders blijft die zijn neergelegd in artikel 6 Wmh. De regels voor gunstbetoon zijn van toepassing op verhoudingen tussen leverancier en de natuurlijke persoon die betrokken is bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek of een instelling of zorgverzekeraar. In de praktijk bestaan er verschillende soorten relaties met een financiële component tussen personen betrokken bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek, instellingen of zorgverzekeraars enerzijds en leveranciers van medische hulpmiddelen anderzijds. Soms worden deze relaties aangeduid als sponsoring. Gunstbetoon, en daarmee het risico op oneigenlijke beïnvloeding, speelt bij slechts een deel van deze relaties een rol. Dit betekent echter niet dat al deze verhoudingen als gunstbetoon zijn aan te merken. Uitgangspunt is dat geen sprake mag zijn van oneigenlijke beïnvloeding. Er wordt gesproken over gunstbetoon wanneer in de werkrelatie sprake is van het door een leverancier ‘in het vooruitzicht stellen, aanbieden of toekennen van geld of op geld waardeerbare diensten of goederen aan een natuurlijke persoon die betrokken is hij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek, of aan een instelling of zorgverzekeraar met het kennelijke doel de verkoop van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek te bevorderen’. Dit gunstbetoon mag niet tot gevolg hebben dat de keuze die gemaakt wordt voor een bepaald medisch hulpmiddel voor de behandeling van een patiënt, niet gebaseerd wordt op gezondheidsbelangen van deze patiënt. Zoals blijkt uit artikel 6, eerste lid, van de Wmh, is uitsluitend sprake van gunstbetoon indien een ‘kennelijk doel om de verkoop van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek te bevorderen’ aan de orde is. Bij sponsoring door leveranciers hoeft dit kennelijk verkoopbevorderend doel niet altijd aanwezig te worden geacht. ‘Sponsoring’ refereert aan een in beginsel grote groep van financiële bijdragen die, rechtstreeks of via tussen(rechts)personen, worden verstrekt door leveranciers van medische hulpmiddelen of van medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek. Het kan daarbij onder meer gaan om financiële bijdragen ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of van leerstoelen of studiebeurzen. Indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden, bestaat het vermoeden dat deze vormen van sponsoring geen kennelijk verkoopbevorderend doel hebben en dus buiten de reikwijdte van het wettelijk verbod op gunstbetoon vallen: de sponsoring wordt uitsluitend verstrekt voor doeleinden die op generlei wijze gerelateerd zijn aan de aanschaf, het gebruik, het toepassen of aanbevelen van producten van de sponsor dan wel anderszins gekoppeld aan eerder, huidig of potentieel toekomstig gebruik van de producten of diensten van de sponsor; de sponsoring is nuttig en noodzakelijk om bij te dragen aan het beoogde gezondheidsbelang; de aard, het doel en de omvang van de sponsoring moeten vooraf schriftelijk worden vastgelegd, vooraf schriftelijk worden goedgekeurd door het bestuur van de instelling van de ontvanger en ook anderszins transparant zijn; de sponsoring mag geen tegenprestatie van de ontvanger vereisen, met uitzondering van naamsvermelding; de besluitvorming over de aanwending van de gesponsorde financiële bijdrage moet op onafhankelijke wijze en zonder beïnvloeding door de sponsor plaatsvinden; in het geval van sponsoring ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek moet het onderzoek voldoen aan de maatstaven van wetenschappelijke kwaliteit, objectiviteit en integriteit. Er bestaan vier uitzonderingen op het verbod op gunstbetoon, die zijn opgenomen in artikel 6, derde lid, Wmh. Het gaat achtereenvolgens om de vergoeding van deelnamekosten, de vergoeding van dienstverlening, het aanbieden van geschenken en het aanbieden van kortingen en bonussen bij de inkoop van medische hulpmiddelen of van medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek. Hieronder wordt op elke categorie uitzonderlijk ingegaan. ‘Deelnamekosten’ worden in artikel 6, eerste lid, Wmh, gedefinieerd als ‘de kosten voor deelname aan bijeenkomsten of manifestaties, waaronder de daaraan verbonden reis- en verblijfskosten’. De vergoeding of het niet in rekening brengen van deze kosten is toegestaan, mits dit beperkt blijft tot hetgeen strikt noodzakelijk is om aan de bijeenkomst of manifestatie deel te nemen. Deelnamekosten mogen zich niet uitstrekken tot anderen dan natuurlijke personen die betrokken zijn bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek. Bovendien is niet relevant of de vergoeding rechtstreeks door de leverancier aan de deelnemers wordt verstrekt, of via een tussen(rechts)persoon; in beide gevallen moeten de hier beschreven regels voor de vergoeding van deelnamekosten worden nageleefd. Bij de beoordeling van de vraag of de vergoeding of het niet in rekening brengen acceptabel is, zijn er drie criteria die zowel op bijeenkomsten als op manifestaties van toepassing zijn: de deelnamekosten moeten strikt beperkt blijven tot het hoofddoel van de bijeenkomst of manifestatie; de bijeenkomst of manifestatie dient plaats te vinden op een passende locatie; de vergoeding dient beperkt te blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is om aan de bijeenkomst of manifestatie deel te nemen. Daarnaast geldt voor bijeenkomsten nog het criterium dat er: transparantie is over de banden tussen sprekers en leverancier of derde partijen. Voor de invulling van het criterium dat de deelnamekosten strikt beperkt moeten blijven tot het hoofddoel moet worden gekeken naar de verhouding in tijdsbesteding tussen het (wetenschappelijke) programma en de overige onderdelen. In algemene zin geldt dat het programma begrijpelijk en aanvaardbaar moet zijn. Het programma moet niet alleen betrekking hebben op maar ook geschikt zijn voor het overdragen van kennis. Dat betekent dat het programma van de bijeenkomst geschikt moet zijn voor demonstraties van de specifieke hulpmiddelen en/of het overdragen van kennis en/of vaardigheden met betrekking tot het gebruik, toepassing of onderhoud van specifieke hulpmiddelen, en qua opbouwen tijdsindeling evenwichtig en redelijk en uitsluitend gericht op het doel van de bijeenkomst. De geschiktheid van het programma dient ook te blijken uit het inhoudelijke programma en de kwalificaties en expertise van de trainers, begeleiders of sprekers. Wat opbouw van het programma betreft dat koffie- en theepauzes, lunches en diners logische onderbrekingen in het programma moeten zijn. Overnachtingen moeten gerechtvaardigd zijn. Andere programmaonderdelen die geen verband houden met het inhoudelijk gedeelte, zoals recreatieve en sociale activiteiten (zoals concerten, sportactiviteiten e.d.), zijn niet toegestaan. Met het criterium dat de bijeenkomst of manifestatie plaats dient te vinden op een passende locatie wordt beoogd de vergoeding van deelnamekosten bescheiden te houden en uitwassen te voorkomen. De economische waarde van de reis en het verblijf spelen hierbij een rol. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de locatie speelt de aard van de specifieke medische hulpmiddelen of van de specifieke medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek waar de bijeenkomst betrekking op heeft een rol. Zo kan de keuze voor een bepaalde locatie vanwege de grootte of complexiteit van de medische hulpmiddelen of van de medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek voor de hand liggen en zelfs noodzakelijk zijn voor de training. Juist bij deze bijeenkomsten zal de rechtvaardiging voor de ligging en faciliteiten gelegen zijn in het doel van de bijeenkomst. Zo zal een training vaak plaatsvinden in een klinische omgeving, bij een bedrijf zelf of in een proefopstelling. Meer specifiek ten aanzien van bijeenkomsten in het buitenland geldt dat deze eerder kunnen worden gerechtvaardigd indien de bijeenkomst wordt georganiseerd door een buitenlandse of internationale vereniging of instantie, indien de bijeenkomst open staat voor deelname door natuurlijke personen die betrokken zijn bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek uit meerdere landen, er een directe relatie is tussen het onderwerp of doel van de bijeenkomst en de locatie, of indien er mogelijk een relevant onderzoeksinstituut of bedrijf ter plekke aanwezig is, etc. De vergoeding van deelnamekosten voor bijeenkomsten blijft beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is wanneer: deze niet meer bedraagt dan strikt noodzakelijk is en waarbij geldt dat de deelnamekosten die door een leverancier of derde partij worden vergoed of niet in rekening worden gebracht per persoon betrokken bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek in ieder geval niet meer bedragen dan € 500,– per keer en € 1.500,– per jaar; of de persoon betrokken bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek draagt zelf ten minste 50% van de deelnamekosten aan de bijeenkomst. Het spreekt voor zich dat een transparante en valide afrekening daaraan ten grondslag dient te liggen en dat de kosten reëel dienen te zijn. Bij manifestaties blijft de vergoeding van deelnamekosten beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is indien de deelnamekosten die door een leverancier of derde partij worden vergoed of niet in rekening worden gebracht per persoon betrokken bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek in ieder geval niet meer bedragen dan € 75,– per keer en € 375,– per jaar. Voor bijeenkomsten geldt de eis dat banden tussen sprekers en leveranciers of derde partijen vooraf bekend dienen te worden gemaakt. Leveranciers mogen slechts in die hoedanigheid aanwezig zijn indien zij als zodanig herkenbaar zijn, bijvoorbeeld door het dragen van badges. Natuurlijke personen die betrokken zijn bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek kunnen diensten verrichten tegen in het vooruitzicht gestelde, aangeboden of toegekende gelden of op geld waardeerbare diensten of goederen. Het kan bijvoorbeeld gaan om het geven van lezingen, advisering of om het meewerken aan (hulpmiddelen)onderzoek. Uitgangspunt hoort te zijn dat de beloning voor dergelijke diensten in redelijke verhouding moet staan tot de geleverde tegenprestatie. Dat past ook bij de wettelijke bepalingen omtrent dienstverlening (artikel 405 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek). De natuurlijke persoon die betrokken is bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek heeft recht op een redelijke beloning en op vergoeding van gemaakte onkosten. Toetsing zal in essentie plaatsvinden aan de hand van de bestede tijd en een uur- of dagtarief. Rekening moet worden gehouden met de aard en de omvang van geleverde diensten en de positie en kwalificaties van de persoon betrokken bij de toepassing van het medisch hulpmiddel of van het medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek. Voor vaststelling van een redelijk uur- of dagtarief wordt aangesloten bij de (uur)tarieven die voor de personen betrokken bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek zijn vastgesteld in de toelichting bij de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH; www.gmh.nu). Ten aanzien van personen waarvoor in de toelichting bij de Gedragscode geen tarief is vastgesteld, worden dezelfde maximumtarieven gehanteerd als ten aanzien van personen uit vergelijkbare disciplines waarvoor in de toelichting in de Gedragscode wel een tarief is vastgesteld. De dienstverleningsovereenkomst moet vooraf in één document schriftelijk zijn vastgelegd. In de overeenkomst dienen in ieder geval te zijn vastgelegd: de inhoud, aard, duur en omvang van de dienst; het daarmee te bereiken resultaat en/of doel; de vergoeding voor de dienst en vergoeding van eventuele onkosten. Het geven en ontvangen van geschenken is in dit artikel toegestaan mits dit geschenk van geringe waarde is en relevant is voor de beroepsuitoefening. Het begrip geringe waarde is in 2003 bepaald op € 50,– per keer met een maximum van € 150,– per jaar. Voor de invulling van het begrip geringe waarde is aansluiting gezocht bij de regeling met betrekking tot het aanvaarden van geschenken door Rijksambtenaren. Verwezen wordt naar de circulaire van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksaangelegenheden van 14 juli 1999, nr. AD 1999/U75958 (Stcrt. 1999, 154). Deze bedragen gelden per natuurlijke persoon die betrokken is bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek, per leverancier. De waarde van het geschenk wordt bepaald aan de hand van de winkelwaarde inclusief btw. Een geschenk dient van betekenis te zijn voor de uitoefening van de praktijk van de natuurlijke persoon die betrokken is bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek en mag dus niet in de privésfeer te gebruiken zijn. Bij indirecte geschenken zoals bijvoorbeeld het in bruikleen geven van computerapparatuur speelt de vraag of er sprake is van op geld waardeerbare voordelen. Als dat het geval is, dient vastgehouden te worden aan genoemde bedragen. Het verbod op gunstbetoon is niet van toepassing wanneer het gaat om kortingen en bonussen met betrekking tot de inkoop van medische hulpmiddelen of van medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek. Het gaat hierbij om korting en bonussen verstrekt aan personen die betrokken zijn bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of van een medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek, aan een instelling of aan een zorgverzekeraar. Het geven en aannemen van bonussen en kortingen is toegestaan, mits: sprake is van kortingen in geld of in natura voor zover het branche-gerelateerde producten betreft; de bonussen en kortingen in geld of in natura uitdrukkelijk schriftelijk tot uitdrukking worden gebracht; en de bonussen en kortingen worden verrekend met de (rechts)personen die rechtstreeks partij zijn bij de handelstransactie dan wel rechtstreeks betrokken zijn bij de distributie of aflevering van de medische hulpmiddelen of van de medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek waarop de handelstransactie betrekking heeft. Het is niet toegestaan de totstandkoming van een handelstransactie te koppelen aan het aanbieden of in het vooruitzicht stellen respectievelijk vragen of aannemen van financiële voordelen ten gunste van (rechts)personen die niet rechtstreeks partij zijn bij de handelstransactie dan wel rechtstreeks betrokken zijn bij de distributie of aflevering van de medische hulpmiddelen of van de medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel