Het omzettingstijdstip wordt gesteld op de datum waarop de notariële akte van omzetting, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel c, van Boek 2 BW, wordt verleden. In afwijking hiervan keur ik het volgende goed.
Op verzoek van belastingplichtige wordt het omzettingstijdstip gesteld op de aanvang van het boekjaar waarin de omzetting plaatsvindt, mits:
de in artikel 18, tweede lid, onderdeel c, van Boek 2 BW bedoelde akte binnen twaalf maanden na dit tijdstip wordt verleden; en
daarbij geen (incidenteel) fiscaal voordeel wordt beoogd of behaald; en
geen winst in aanmerking wordt genomen als gevolg van artikel 28a, derde lid, Wet Vpb 1969.
Artikel 3
Het omzettingstijdstip (met eventuele terugwerking)
Onderdeel van Beleidsbesluit omzetting rechtspersonen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 14 april 2022