Naar hoofdinhoud

§ 4

Artikel 8

Stappenplan

Onderdeel van Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van toezichtrapportages· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 3 mei 2022

1. In het kader van dit beleid hanteert DNB onderstaand stappenplan voor het vaststellen van de boetes wegens overtredingen van rapportageverplichtingen die zijn ingedeeld in boetecategorie 2 en 3. 2. Voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van rapportageverplichtingen die zijn ingedeeld in categorie 1, gelden alleen de stappen 1, 4, 6 en 7 van onderstaand stappenplan. 3. Op basis van het stappenplan worden de volgende stappen doorlopen: • basisbedrag (stap 1) • ernst en/of duur (stap 2) • mate van verwijtbaarheid (stap 3) • recidive (stap 4) • omvang (stap 5) • adequaat getroffen maatregelen (stap 6) • draagkracht (stap 7) 4. Bij toepassing van dit stappenplan neemt DNB de bij wet vastgestelde boetemaxima in acht. DNB stelt een bestuurlijke boete vast op het toepasselijke basisbedrag. In het basisbedrag ligt een gemiddelde ernst en duur van de overtreding besloten. Indien een instelling een toezichtrapportage niet tijdig indient, verhoogt DNB het basisbedrag met het percentage als opgenomen in onderstaande tabel. Overschrijding indieningstermijn (in aantal werkdagen) Percentage verhoging basisbedrag 1 0% 2 – 5 5% 6 – 10 10% > 10 20% In het basisbedrag ligt een gemiddelde mate van verwijtbaarheid van de instelling besloten. Indien sprake is van recidive, verdubbelt DNB het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag. DNB neemt de omvang van de instelling in acht. Daarbij hanteert DNB de omvangtabel die in bijlage 1 is opgenomen. Het boetepercentage dat op grond van de omvangtabel wordt vastgesteld, wordt toegepast op het op basis van de stappen 1 tot en met 4 berekende boetebedrag. Als de voor de toepassing van de omvangtabel benodigde financiële gegevens niet beschikbaar zijn – doordat DNB niet over die gegevens beschikt en de instelling die gegevens ook niet heeft verstrekt – maakt DNB een reële inschatting van de omvang van de instelling. Is een reële inschatting evenmin mogelijk, dan wordt het boetepercentage op grond van de toepasselijke omvangtabel vastgesteld op 6% voor boetecategorie 2 en op 1,2% voor boetecategorie 3. DNB kan het op basis van de stappen 1 tot en met 5 berekende boetebedrag in beginsel met 10% verlagen, indien de instelling aantoont dat adequate maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van herhaling van de overtreding. DNB houdt zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de overtreder verkeert. Het is aan de overtreder om inzicht te geven in zijn draagkracht, aan de hand van een door DNB bij het boetevoornemen gevoegd draagkrachtformulier. Indien aannemelijk is dat het op grond van de stappen 1 tot en met 6 berekende boetebedrag de draagkracht van de overtreder overstijgt, gaat DNB in beginsel tot matiging over. Bij de beoordeling of aanleiding bestaat tot matiging, kan DNB rekening houden met de omstandigheden waaronder de verminderde of onvoldoende draagkracht is ontstaan alsmede met op korte termijn te verwachten positieve financiële resultaten van de overtreder. Uitgangspunt voor de omvang van de matiging is dat DNB de boete niet verder matigt dan tot een bedrag dat de overtreder redelijkerwijs geacht moet worden te kunnen voldoen, zo nodig met het aangaan van een betalingsregeling van maximaal twee jaar. De boete wordt niet vastgesteld op een bedrag lager dan EUR 10.000,– voor rechtspersonen en EUR 5.000,– voor natuurlijke personen. Indien een boete ter hoogte van dit bedrag gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval nog steeds onevenredig hoog is, kan DNB overgaan tot een verdergaande matiging van de boete.

Rechtspraak bij dit artikel