Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Subsidiabele activiteiten & kosten

Onderdeel van Subsidieregeling ESF+ 2021–2027· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 8 april 2025

1. Voor subsidie komen enkel activiteiten in aanmerking die direct zijn gericht op de bevordering van de aansluiting praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs op de arbeidsmarkt of vervolgonderwijs en die het in artikel 2.4 genoemde doel ondersteunen; 2. Voor het schooljaar 2022 -2023 wordt per leerling een maximumbedrag gesubsidieerd van € 1.788. 3. Voor het schooljaar 2023–2024 wordt per leerling een maximumbedrag gesubsidieerd van € 1.967. 4. Voor het schooljaar 2024–2025 wordt per leerling een maximumbedrag gesubsidieerd van € 2.042. 5. Voor het schooljaar 2025–2026 wordt per leerling een maximumbedrag gesubsidieerd van € 2.111. 6. Voor het schooljaar 2026–2027 is het maximumbedrag dat per leerling wordt gesubsidieerd: € 1.720 * (consumentenprijsindex van het jaar 2025 / 106,16). Dat bedrag wordt door of namens de Minister medegedeeld in de Staatscourant. 7. Voor het schooljaar 2027–2028 is het maximumbedrag dat per leerling wordt gesubsidieerd: € 1.720 * (consumentenprijsindex van het jaar 2026 / 106,16). Dat bedrag wordt door of namens de Minister medegedeeld in de Staatscourant. 8. De Minister specificeert de voorwaarden met betrekking tot het afrekenen op basis van de subsidievorm, bedoeld in het tweede tot en met zevende lid, in de beschikking tot subsidieverlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel