**1.** De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee:
bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017;
biomethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017;
bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting;
bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of
diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017.
**2.** De geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt in Nederland wordt geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie vervoer, bedoeld in paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer.
**3.** De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.
**4.** De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.
§ 3.4.10
Artikel 81
Artikel 81
Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2022