Een aanvraag tot verlening van subsidie kan in ieder geval door de minister geheel of gedeeltelijk worden afgewezen, indien:
de subsidieaanvraag niet voldoet aan de daaraan bij en krachtens deze regeling gestelde eisen;
de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten;
onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het project te maken kosten;
onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de subsidieaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen;
onaannemelijk is dat met de door de subsidieaanvrager toegepaste werkwijze de met de subsidie beoogde doelstelling wordt bereikt;
onaannemelijk is dat de voorgenomen subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten eenvoudig te verantwoorden en te controleren zijn;
de bijdrage uit de Uniebegroting meer bedraagt dan het maximum als bedoeld in de specifieke verordeningen;
de overheidssteun voor het project hoger is dan het totale bedrag aan subsidiabele kosten;
onaannemelijk is dat subsidieaanvrager beschikt over operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
anderszins op grond van diens eerdere subsidieverleningen voor vergelijkbare activiteiten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager de activiteiten goed zal uitvoeren en aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal voldoen;
de subsidiabele kosten voor projecten op grond van artikel 4 minder dan € 400.000 bedragen, en voor projecten op grond van artikel 4a minder dan € 200.000 bedragen;
voor een subsidieaanvraag met betrekking tot een actie als bedoeld in bijlagen B en D, op grond van artikel 8, eerste lid, minder dan 60 punten worden toegekend.
Artikel 10
Weigering van de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 augustus 2024