Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Berekening specifieke uitgaven in verband met doelgroepen

Onderdeel van Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 14 mei 2022

1. Specifieke uitgaven in verband met doelgroepen bestaan overeenkomstig de in bijlagen A tot en met E omschreven subsidiabele activiteiten in volledige of gedeeltelijke ondersteuning in de vorm van: een vergoeding van kosten gemaakt door de subsidieontvanger ten behoeve van de doelgroepen, of een vergoeding van door de doelgroepen gemaakte kosten die vervolgens door de subsidieontvanger worden terugbetaald. 2. In het geval van activiteiten waarvoor de deelname noodzakelijk is van personen die onder de reikwijdte van bijlagen A, B of D van de subsidieregeling vallen, zoals bijvoorbeeld een opleiding en cursus, kunnen kleine geldelijke stimulansen worden verstrekt als extra bijstand, mits het totaalbedrag niet groter is dan € 25.000 per project en het wordt verdeeld per deelnemer voor elk evenement, cursus, en dergelijke. De subsidieontvanger of penvoerder dient een lijst bij te houden van de personen, de tijd en plaats van betaling en zorgt voor een degelijke follow-up om elke dubbele financiering of elk misbruik van middelen te vermijden. 3. In het geval van activiteiten die onder de reikwijdte van de bijlage E vallen, kunnen niet terugvorderbare forfaitaire bedragen, zoals ingeval van beperkte steun voor het opbouwen van economische activiteiten en geldelijke stimulansen voor terugkeerders, worden vergoed. 4. Bijstandsmaatregelen na terugkeer naar een derde land, zoals bijstand op het gebied van opleiding en werk, kortetermijnmaatregelen om de herintegratie op gang te brengen, en hulp na terugkeer zoals respectievelijk beschreven in bijlage E van de subsidieregeling, mogen niet langer duren dan twaalf maanden na de datum van terugkeer van de onderdaan van het derde land.

Rechtspraak bij dit artikel