Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, reeds houder is van een verklaring van geen bezwaar in de zin van artikel 3:95, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, wordt vermoed te voldoen aan de in artikel 3:99a van die wet opgenomen geschiktheidseis, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
Artikel XI
Artikel XI
Onderdeel van Wijzigingswet financiële markten 2022· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2023