De lijn is steeds geweest om de pensioenen in de Appa te regelen op de voet van de regeling voor het overheidspersoneel, afgezien van afwijkende elementen die noodzakelijk zijn in verband met het bijzondere karakter van politieke functies. Met de invoering per 1 juli 2022 van de pensioenbepalingen van de Aanpassingswet Appa 2021 zijn de laatste inhoudelijke verschillen tussen de pensioenaanspraken van overheidswerknemers en politieke ambtsdragers weggenomen. Maar ook dan is er nog een wezenlijk verschil: de Appa-pensioenuitkeringen van politieke ambtsdragers worden niet uit een pensioenfonds maar uit de begroting van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen betaald.
In de brief van 21 oktober 2021 is aangekondigd dat u op de hoogte wordt gesteld van de mijlpalen in de totstandkoming van het nieuwe pensioenstelsel. In vervolg hierop meld ik u dat de Minister voor Armoedebestrijding, Participatie en Pensioenen op 30 maart 2022 de Wet modernisering pensioenen aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. De Appa moet vervolgens – in lijn met de nog komende wijzigingen als gevolg van de nieuwe pensioenwet in het pensioenreglement ABP – opnieuw worden aangepast.
Het vertrekpunt voor beide pensioenregelingen is, zoals gezegd, nu gelijk. De volgende stap is een Appa-wetsvoorstel dat ik te zijner tijd ter consultatie zal aanbieden. De financiering van eerder opgebouwde Appa-aanspraken is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een concrete planning kan ik daarvoor nog niet geven omdat de voortgang afhankelijk is van verschillende onzekere factoren zoals de behandeling van het genoemde wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer en van het overleg van sociale partners over de inhoud van de ABP-pensioenregeling.
Artikel 2
Algemeen
Onderdeel van Circulaire Aanpassingswet Appa 2021 wijzigingen pensioen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022