Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Rechtmatigheidskader

Onderdeel van Model jaarverslaggeving CAK bestuurlijke verantwoording 2021· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 juni 2022

Gelet op de diversiteit van de regelingen is het rechtmatigheidskader onderverdeeld naar de desbetreffende taken en regelingen die het CAK uitvoert. Als bij de uitvoering van deze taken en regelingen en daarover afgelegde verantwoording wordt voldaan aan de relevante bepalingen in uit de geldende wet- en regelgeving, dan zijn de daaruit voortvloeiende financiële stromen als rechtmatig aan te merken. De werkzaamheden van het CAK voor wat betreft de Wtcg zijn vastgelegd in hoofdstuk 2, paragraaf 2.1, artikel 3 van de Wtcg. Dit betreft het verrichten van de in het eerste en tweede lid van artikel 3 genoemde taken met betrekking tot de tegemoetkomingsregeling Wtcg. Met ingang van 2014 is de tegemoetkoming op basis van de Wtcg afgeschaft. Met ingang van 1 januari 2016 mag het CAK geen nieuwe beschikkingen meer afgeven. Ook kunnen met ingang van 2016 geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend. Wel gelden de uit de Awb voortkomende secundaire processen, bezwaar en beroep. Het CAK moet betalingen op al geslagen beschikkingen uitvoeren tot en met 11 februari 2021. Het Ministerie van VWS beoordeelt op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de uitvoering van de tegemoetkomingsregeling Wtcg door het CAK. Haar oordeel hierover deelt het Ministerie van VWS mee aan het CAK door middel van een brief. In deze brief geeft het Ministerie van VWS aan of het Ministerie van VWS de verantwoording over deze taak goedkeurt. De invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid concretiseert het begrip rechtmatigheid. Volledigheid heeft de betekenis van het volledig afwikkelen van alle nog uit te betalen tegemoetkomingen Wtcg (tot en met 11 februari 2021, daarna zijn de tegemoetkomingen bestuursrechtelijk verjaard). Juistheid heeft de betekenis van het afwikkelen van de uitbetaling van het juiste tegemoetkomingsbedrag aan de juiste rechthebbende12In de Wtcg is vastgelegd dat de tegemoetkoming voor verschillende groepen op een verschillend bedrag kan worden vastgesteld. In het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten zijn deze groepen aangegeven, waarbij enerzijds wordt uitgegaan van leeftijd (gehele jaar pensioengerechtigd of nog niet/is geworden) en anderzijds van (combinaties van) chronische ziekte(n) of handicap(s) (hoog of laag bedrag). volgens de betaalinstructies. Tijdigheid van betaling betreft het binnen vastgestelde termijnen afwikkelen van de betaling. Afhankelijk van het tijdstip van bekend worden van het recht op de betaling zal een bepaalde termijn als normstelling voor rechtmatigheid worden gehanteerd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij specifieke voorschriften van het Ministerie van VWS en bij door het CAK intern vastgestelde normen voor tijdige betaling. Tegenover de uitgevoerde betaalopdrachten staan de afrekeningen met ’s Rijks kas. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het zogenoemde ‘schatkistbankieren’. De in het verantwoordingsjaar uitgevoerde betalingen voor de Wtcg komen tot uitdrukking in de bestuurlijke verantwoording van het CAK in de post ‘Liquide middelen Wtcg’, ‘Door te storten middelen wettelijke taken Wtcg’ en ‘Rekening-courant Wtcg’ als onderdeel van de overzichten van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij 1% van het totaal aan mutaties in de rekening-courant in het verslagjaar. Middels een brief van het Ministerie van VWS (kenmerk 1409414-180076-2 d.d. 14 november 2019) is het CAK geïnformeerd over de vereisten van de slotverantwoordingen voor de aflopende regelingen. Voor wat betreft de activiteiten van de Wtcg, stelt VWS bovenop de reguliere verantwoording geen additionele verantwoordingseisen. Het CAK rapporteert op de reguliere wijze over de Wtcg tot en met de bestuurlijke verantwoording 2021, die het CAK voor 1 juli 2022 oplevert. Sinds 1 januari 2015 voert het CAK de ObJw uit op grond van artikel 8.2.3, eerste lid, van de Jeugdwet en het Besluit aanwijzing CAK als bestuursorgaan. In de Jeugdwet wordt bepaald dat voor jeugdhulp een ouderbijdrage is verschuldigd voor kinderen die buiten het gezin hulp ontvangen. De gemeenten leggen de ouderbijdrage op. Het vaststellen en innen van de ouderbijdrage was bij het CAK belegd. De Minister van VWS houdt op grond van de Jeugdwet toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de ObJw. De ouderbijdrage is met ingang van 1 januari 2016 afgeschaft. Het CAK zal in 2021 uitvoering geven aan de afwikkeling van de taak met betrekking tot de vaststelling en inning van de ouderbijdrage. De afwikkeling behelst de financiële afhechting middels afdracht van gelden aan gemeenten. De afspraken zijn vastgelegd in een brief van het Ministerie van VWS aan het CAK d.d. 5 oktober 2017 (kenmerk 1230430-167598-J). In deze brief verzoekt het Ministerie van VWS het CAK de ouderbijdragen uit te faseren tot en met 2020, wat inhoudt dat het CAK de openstaande vorderingen in geval van betalingsregeling c.q. schuldsanering tot en met uiterlijk 31-12-2020 int en het restant aan openstaande vorderingen afboekt. De afspraken over de feitelijke financiële afwikkeling zijn door het CAK op 3 juni 2021 in een brief (WB 20210603 OBJW) bevestigd. Bij brief van 29 oktober 2021 (3268511-1017702-Z) heeft het Ministerie van VWS de afspraken geaccordeerd. Op basis hiervan zal – na ontvangst van de benodigde gelden van het Ministerie van VWS – het CAK deze wettelijke taak in 2021 afwikkelen. VWS beoordeelt op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de uitvoering van de ouderbijdragen op basis van de Jeugdwet door het CAK. Haar oordeel hierover deelt het Ministerie van VWS mee aan het CAK door middel van een brief. In deze brief geeft het Ministerie van VWS aan of dit Ministerie de verantwoording over deze taak goedkeurt. De afhandeling van deze financiële stroom wordt ingevuld op basis van de brief van 3 juni 2021 (met kenmerk WB 20210603 OBJW) waarin het CAK de gemaakte afspraken over de financiële afwikkeling met het Ministerie van VWS heeft bevestigd, welke bij brief van 29 oktober 2021 (3268511-1017702-Z) zijn geaccordeerd door het Ministerie van VWS. Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij 1% van het totaal van alle hiervoor genoemde financiële stromen in het verslagjaar die betrekking hebben op de Ouderbijdrage Jeugdwet (niet gesaldeerd). Middels een brief van het Ministerie van VWS (kenmerk 1409414-180076-2 d.d. 14 november 2019) is het CAK geïnformeerd over de vereisten van de slotverantwoordingen voor de aflopende regelingen. Voor wat betreft de activiteiten van de ObJw, stelt het Ministerie van VWS bovenop de reguliere verantwoording geen additionele verantwoordingseisen. Het CAK rapporteert op de reguliere wijze over de ObJw tot en met de bestuurlijke verantwoording 2021, die het CAK voor 1 juli 2022 oplevert. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wlz van kracht geworden. De taken van het CAK zijn geregeld in artikel 6.1.2 van de Wlz. Het CAK is in het kader van de Wlz belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden: De vaststelling, oplegging en de inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wlz. Het namens een Wlz-uitvoerder of het Zorginstituut verrichten van betalingen aan zorgaanbieders, welke de Wlz-uitvoerders of het Zorginstituut, uit hoofde van de uitvoering van de Wlz verschuldigd zijn. Het Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg (Rlz) geven een omschrijving en opsomming van alle zorg die onder de Wlz valt. Het verrichten van het hiervoor genoemd deel van de administratie door het CAK worden in het Blz en Rlz uitgewerkt voor de volgende taken: De administratieve taak van landelijk kantoor voor de betaling van bedragen die uit hoofde van de uitvoering van de Wlz verschuldigd zijn aan zorgaanbieders voor het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wlz. Deze betalingen geschieden namens de Wlz-uitvoerders aan de hand van gegevens die afkomstig zijn van de zorgkantoren. Het verrichten van de betalingen is een bancaire taak. De administratieve taak van landelijk kantoor voor de betaling van bedragen die dienen tot vergoeding van bedragen die de Wlz-uitvoerders uit hoofde van de uitvoering van de wet verschuldigd zijn aan zorgaanbieders betreffende het verlenen van zorg, voor zover die niet is begrepen onder de zorg die in 3.1.1 van de Wlz is genoemd. Deze betalingen geschieden namens het Zorginstituut en vormen eveneens een bancaire taak.13Door de Staatssecretaris van het Ministerie van VWS is een besluit genomen over het toekennen van subsidies aan zorgaanbieders over extramurale behandeling. Het Zorginstituut controleert de gegevens en voert het fondsbeheer. Het CAK heeft opdracht gekregen om de uitbetaling van deze subsidies in opdracht van de zorgkantoren te verzorgen en daarover separaat te rapporteren aan het Zorginstituut. De NZa houdt uitsluitend toezicht op de uitbetalingen van deze subsidiegelden in het kader van de taak betalingen van zorgaanspraken Wlz. Het CAK verricht de vaststelling, de oplegging en de inning van de eigen bijdrage, bedoeld in de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 van het Blz. Ook heeft het CAK een taak in het afboeken van de vorderingen. Het CAK heeft een zelfstandige taak in dit proces, met gebruikmaking van gegevens van derden, zoals zorgkantoren, zorgaanbieders, de Belastingdienst en inhoudingsorganen. De zorgkantoren leveren de gegevens voor de vaststelling van de eigen bijdrage volgens de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 van het Blz aan. Deze partijen zijn verantwoordelijk voor de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de aanlevering van deze data. De grondslag voor de gegevensverstrekking is te vinden in artikel 9.1.2 van de Wlz. Het verstrekken van alle gegevens aan zorgkantoren, die zij voor de vervulling van hun taak bij de uitvoering van de wet nodig hebben. Dit is een intermediaire taak. De gegevensverstrekking is gebaseerd op artikel 9.1.2 van de Wlz. De taken kunnen tot twee deelgebieden betreffende de Wlz worden samengevoegd: Het zelfstandig vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdragen voor verblijf in een instelling14Hieronder wordt in het vervolg ook verstaan deeltijd verblijf zoals bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste lid, onderdeel e van het Blz., volledig pakket thuis (vpt), persoonsgebonden budget (pgb) en modulair pakket thuis (mpt) op basis van gegevens van de Belastingdienst, het UWV, de SVB, zorgkantoren en zorgaanbieders, waarbij de persoonsgegevens geverifieerd worden bij de Basisregistratie personen (BRP). Het verrichten van de betaling van zorgaanspraken Wlz in de hoedanigheid van landelijk betaalkantoor in opdracht van de Wlz-uitvoerders of het Zorginstituut op grond van artikel 6.1.2 onderdeel c van de Wlz. De NZa houdt op grond van artikel 16 sub d van de Wmg toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door het CAK. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg kan de NZa hiervoor regels stellen. De in deze paragraaf opgenomen tekst is van toepassing op de deelgebieden: betalingen van zorgaanspraken Wlz; betalingen subsidieregeling extramurale behandeling; Het CAK heeft de taak om betalingen te verrichten in opdracht van en namens de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren of het Zorginstituut in de hoedanigheid van landelijk betaalkantoor. Het CAK is verantwoordelijk voor de juiste, volledige en tijdige uitvoering van de opdrachten die het ter uitvoering heeft ontvangen. Het CAK heeft geen verantwoordelijkheid voor de juiste, volledige en tijdige aanlevering of inhoud van de opdracht. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de opvraagprocedures geen problemen veroorzaken. De Wlz bakent deze verantwoordelijkheid af door uitdrukkelijk aan te geven, dat het CAK de betalingen namens de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren of het Zorginstituut verricht. Het begrip rechtmatigheid speelt dus pas een rol vanaf het ontvangen van de opdrachten. Het CAK voert de taak van betaalkantoor rechtmatig uit, als de ontvangen betaalopdrachten volledig, juist en tijdig worden uitgevoerd en als de afrekeningen van de verrichte betalingen met het Flz volledig, juist en tijdig plaatsvinden. De invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid concretiseren het begrip rechtmatigheid: volledigheid betekent dat het CAK alle binnengekomen opdrachten moet afwikkelen; juistheid houdt in dat het CAK de binnengekomen opdrachten moet afwikkelen volgens de betaalinstructies van de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren of het Zorginstituut; tijdigheid houdt in dat het CAK de ontvangen opdrachten binnen vastgestelde termijnen moet afwikkelen. Als norm voor tijdigheid van voorschotbetalingen geldt een betaaltermijn van maximaal vijf weken na ontvangst van de betaalopdracht. Als norm voor tijdigheid van eenmalige betalingsopdrachten geldt een betaaltermijn van maximaal drie weken na ontvangst van de betaalopdracht door het CAK (zie bijlage 5 ‘Definities kengetallen en prestatie-indicatoren’). Tegenover de uitgevoerde betaalopdrachten staan de afrekeningen met het Flz. Hiervoor worden identieke rechtmatigheidsnormen gehanteerd als voor de afwikkeling van betaalopdrachten, dat wil zeggen dat de afrekeningen volledig, juist en tijdig moeten plaatsvinden. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK de interne beheersingsmaatregelen die het CAK heeft getroffen ter waarborging van de rechtmatigheid van de betalingen en ter voorkoming van het onttrekken van waarden aan het Flz via het CAK. Bovendien geeft het CAK in de bestuurlijke verantwoording aan of alle binnengekomen opdrachten volledig, juist en tijdig zijn afgewikkeld en of de afrekeningen met het Flz volledig, juist en tijdig hebben plaatsgevonden. De uitgevoerde betalingen en de op grond hiervan met het Flz verrekende bedragen komen in de bestuurlijke verantwoording van het CAK onder andere tot uitdrukking in de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie gaat het CAK uit van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij: 1% van het totaal van de Wlz-betalingen in het verslagjaar; 1% van het totaal van de betalingen in het kader van de subsidieregeling extramurale behandeling in het verslagjaar; Het CAK heeft per 1 januari 2015 als taak het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdragen voor de Wlz en het namens een Wlz-uitvoerder/zorgkantoor of het Zorginstituut verrichten van betalingen aan zorgaanbieders. Binnen de Wlz wordt onderscheid gemaakt in de eigen bijdrage voor enerzijds (1) verblijf in een instelling, (2) volledig pakket thuis (vpt), (3) persoonsgebonden budget (pgb) en anderzijds het (4) modulair pakket thuis (mpt). Het CAK maakt gebruik van gegevens van zorgaanbieders, de Wlz-uitvoerders/zorgkantoren, de BRP, het UWV, de SVB en de Belastingdienst. Het rechtmatigheidsbegrip speelt een rol vanaf het moment dat het CAK alle gegevens binnen heeft voor de vaststelling van de eigen bijdragen in het kader van de Wlz. Het CAK voert deze taak rechtmatig uit, als de eigen bijdragen volledig, juist en tijdig worden vastgesteld, opgelegd en de geïncasseerd en ontvangen eigen bijdragen volledig, juist en tijdig worden afgedragen aan het Flz. Vertraging in de gegevensaanlevering door één van de informatieleveranciers valt buiten het rechtmatigheidsbegrip van het CAK. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de opvraagprocedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de opvraagprocedure geen problemen veroorzaakt. Het begrip rechtmatigheid wordt geconcretiseerd door de invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid. Volledigheid heeft betrekking op het volledig afwikkelen van alle binnengekomen gegevens tot opgelegde eigen bijdragen. Juistheid heeft als norm het juist opleggen van de eigen bijdrage volgens het Besluit langdurige zorg en de specifieke circulaires van het Zorginstituut. Het betreft vooral de juistheid van het berekeningsproces volgens de juiste procedures. Het begrip juistheid heeft ook betrekking op de juiste toepassing van het anti-cumulatiebeding. Het CAK hanteert als interne norm dat facturering moet plaatsvinden binnen maximaal acht weken nadat alle benodigde gegevens aanwezig zijn. Deze acht weken zijn opgebouwd uit zes weken voor facturering en twee weken voor het versturen van alle facturen. De begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid bepalen ook de rechtmatigheid van het incassoproces. Bij het innen van de eigen bijdragen Wlz wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om – met inachtneming van enkele voorwaarden – de eigen bijdragen in te houden op de sociale zekerheidsuitkeringen via de SVB en het UWV. Dit heet ook wel broninhouding. Daarvoor levert het CAK informatie aan de SVB en het UWV aan. Omdat de SVB en het UWV deze ingehouden bedragen direct afdragen met het Flz, is op de bevestigde en op door broninhouders afgedragen bedragen voor het CAK gebruikersverantwoordelijkheid van toepassing. Indien broninhouding niet plaatsvindt via de SVB of het UWV draagt het CAK zorg voor inning. Dit model sluit verder aan bij de intern opgestelde incassoprocedure van het CAK. Deze incassoprocedure is ter kennisgeving aangenomen door ketenpartijen. Deze procedure geeft aan hoe het CAK de opgelegde eigen bijdragen moet incasseren en wanneer afboeking wegens oninbaarheid plaatsvindt. Als het CAK voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en de procedures zoals vastgelegd in het protocol ‘oninbaar verklaren & matigen invorderingen’, is er sprake van een rechtmatige uitvoering van de wettelijke taak van het incasseren van de eigen bijdragen Wlz. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK: de problemen die zich in het verslagjaar hebben voorgedaan ten aanzien van de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen; de wijze waarop het management in het verslagjaar is geïnformeerd over de rechtmatige uitvoering van de eigen bijdrageregeling Wlz. Daarbij besteedt het CAK aandacht aan de volledigheid van de managementinformatie (kritische prestatie-indicatoren); de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aanlevering van gegevens door de informatieleveranciers, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de gegevensuitwisseling te optimaliseren; de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de samenwerking met de broninhouders, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de samenwerking met de broninhouders te optimaliseren; de informatie die aan cliënten is verstrekt over de eigen bijdragen (bijvoorbeeld toezending brochures, organiseren van informatiebijeenkomsten). De in een kalenderjaar opgelegde, geïncasseerde en afgeboekte eigen bijdragen Wlz komen in de bestuurlijke verantwoording tot uitdrukking in de toelichting op de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Debiteuren’ (inclusief analyse debiteurenpositie) en de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij 1% van de in totaal opgelegde eigen bijdragen Wlz in het verslagjaar. De in deze paragraaf opgenomen tekst is van toepassing op de interest geldmiddelen Flz en Wmo. Het CAK beschikt in de hoedanigheid als betaalkantoor over liquide middelen. In het geval van de betalingen van de zorgaanspraken is dit om tijdsverschillen tussen het uitvoeren van betalingsopdrachten en de daarvoor benodigde geldmiddelen van het Flz te overbruggen. Omdat de kosten van het CAK inclusief de bankkosten in principe gedekt worden door het budget beheerskosten, moet de betreffende interest volledig met het Flz en de Wmo worden verrekend. Vastgesteld moet worden, dat de interest die over de beschikbare liquide middelen en openstaande vorderingen wordt ontvangen c.q. betaald juist, tijdig en volledig is verrekend. De wijze van verdelen van de interest geldmiddelen naar het Flz en de Wmo vindt plaats op basis van de gemaakte afspraak tussen het CAK en het Zorginstituut. De bedragen die door het CAK zijn bepaald op basis van deze verdeling worden opgenomen in de bestuurlijke verantwoording van het CAK. De in een kalenderjaar verrekende interest geldmiddelen komt in de bestuurlijke verantwoording van het CAK tot uitdrukking in de toelichting op de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’ en de post ‘Rekening-couranten als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van: 1% van het totaal van de verantwoorde interest geldmiddelen Flz en Wmo in het verslagjaar; Het CAK is op grond van artikel 6.1.2. aanhef en sub b van de Wlz vanaf 1 januari 2015, belast met de vaststelling en inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 2.1.4b van de Wmo 2015 (extramuraal en intramuraal). Vanaf 1 januari 2007 tot 1 januari 2015 was artikel 15 en 16 van de Wmo van toepassing (uitsluitend Wmo extramuraal). Deze taak is per 1 januari 2015 uitgebreid. Er is geen overgangsregeling van toepassing. Eén van de gevolgen van de wijziging in wet- en regelgeving is dat de producten ‘beschermd wonen’ en ‘kort verblijf’ vanuit de voormalige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) overgeheveld zijn naar de Wmo. De verantwoordelijkheid voor faciliteren van de zorg voor Wmo beschermd wonen is met ingang van 1 januari 2015 op grond van de Wmo bij gemeenten komen te liggen en het CAK is verantwoordelijk voor het innen en afdragen van de eigen bijdragen. Per 1 januari 2020 is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aangepast met de invoering van het abonnementstarief15Gewijzigd met de introductie van een maximale bijdrage van € 19 per maand voor maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten (pgb’s) in de Wmo 2015, aangeduid als ‘Wmo 2020’. Op basis van het Besluit van 4 oktober 2019, onder meer houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor de verdere doorvoering van het abonnementstarief voor maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2019, 319) en de Wet van 24 april 2019 tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inzake de bijdrage voor maatschappelijke ondersteuning en de beoordeling voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening (Stb. 2019, 185). Inwerkingtreding van de wijziging van wet en het besluit tot wijziging via besluit van 25 november 2019, Stb. 2019, 452. (hierna aangeduid als Wmo 2020) voor de Wmo extramuraal. Hieraan ging per 1 januari 2019 de invoering van het gemaximeerd Wmo tarief vooraf16Voor 2019 heeft het kabinet gekozen voor een tussenvorm richting de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2020. Het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is zo gewijzigd dat per 1 januari 2019 een maximale periodebijdrage van € 17,50 per vier weken voor maatwerkvoorzieningen van kracht werd. Op basis van het Besluit van 26 november 2018, onder meer houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 tot het introduceren van een abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Stb. 2018, 444).. In samenhang met deze aanpassingen is onder meer ook de wijziging doorgevoerd dat met ingang van 1 januari 2020 cliënten die een PGB beschermd wonen ontvangen, net als cliënten die Wmo beschermd wonen in natura ontvangen, de intramurale Wmo eigen bijdrage moeten betalen (inkomensafhankelijke hoge of lage eigenbijdragetarief) 17Gewijzigd op basis van het Besluit van 4 oktober 2019, onder meer houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor de aanpassing van de bijdragesystematiek voor persoonsgebonden budgetten voor beschermd wonen (Stb. 2019, 319).. Overigens kan er binnen een huishouden sprake zijn van een samenloop van verschillende zorgproducten. Hierdoor kan een anti-cumulatiebeding18In artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is bepaald dat op de extramurale eigen bijdrage Wmo een anti-cumulatiebeding van toepassing te laten zijn. Binnen de Wmo gaat de intramurale bijdrage voor beschermd wonen voor op de extramurale bijdrage. De voorrang van de Wlz op de Wmo en het anti-cumulatiebeding betekent dat de eigen bijdrage Wlz voor gaat op de eigen bijdrage Wmo. Wanneer een persoon een intramurale eigen bijdrage voor de Wlz verschuldigd is, gaat deze voor op de bijdrage Wmo. En in het geval dat beide partners een intramurale bijdrage verschuldigd zijn (op grond van de Wlz dan wel voor beschermd wonen in de Wmo) wordt de gezamenlijke bijdrage naar rato over de beide partners verdeeld. van toepassing zijn. Op basis van artikel 16 sub f van de Wmg houdt de NZa toezicht op de vaststelling en inning van de eigen bijdragen zoals bedoeld in artikel 2.1.4b van de Wmo 2015 door het CAK. Een goed toezicht op de uitvoering door het CAK van de eigen bijdragen in het kader van de Wmo is van direct belang vanuit het perspectief van de Wlz en omgekeerd. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg kan de NZa hiervoor regels stellen. Omdat er geen overgangsregeling van toepassing is, is er met het Ministerie van VWS afgesproken dat de verantwoording niet gesplitst hoeft te worden naar Wmo voor 1 januari 2015 en na 1 januari 2015. De standen en/of bedragen met betrekking tot de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2020, worden door het CAK in de financiële overzichten van de activa en passiva de bestuurlijke verantwoording 2021 separaat opgenomen, op kasbasis en op basis van het toerekeningsbeginsel. In de matrices bestuurlijke verantwoording wordt één bedrag opgenomen voor de afdracht eigen bijdragen Wmo. De in deze paragraaf opgenomen tekst is van toepassing op de eigenbijdrageregeling Wmo 2015. De regelingen Wmo 2015-2019 (Wmo-oud), Wmo beschermd wonen en het per 1 januari 2020 ingevoerde abonnementstarief maken onderdeel uit van de Wmo 2015. Het CAK heft en int maandelijks de eigen bijdrage voor cliënten die Wmo beschermd wonen (Wmo intramuraal) of Wmo extramuraal ontvangen. Het CAK geeft hiertoe beschikkingen af. Bij Wmo beschermd wonen is broninhouding en afdrachten van de eigen bijdrage door het UWV of de SVB mogelijk. Daarvoor levert het CAK informatie aan de SVB en UWV aan. Dit is het enige product in de Wmo waarvoor broninhouding kan plaatsvinden. De ingehouden bedragen moeten door de SVB en het UWV overgemaakt worden aan het CAK, die vervolgens voor de verdeling over de verschillende centrumgemeenten zorgt, als zijnde de afdrachten eigen bijdragen Wmo. Het CAK heeft een gebruikersverantwoordelijkheid ten aanzien van de juistheid van de ontvangen bedragen aan broninhouding van de SVB en het UWV. Wel heeft het CAK een informatie- en onderzoeksplicht om zorg te dragen dat de eigen bijdrage op de juiste informatie is gebaseerd en de gevolgen van de foutieve registratie voor cliënten worden beperkt. De CAK geeft hier invulling aan middels een structurele periodieke bestandsvergelijking met centrumgemeenten. De vaststelling van de eigen bijdragen vindt plaats op basis van gegevens van de zorgaanbieders en/of gemeenten en de inkomensgegevens (bij Wmo 2020 uitsluitend bij peiljaarverlegging/toepassing minimabeleid) van de Belastingdienst. De door de zorgaanbieders en gemeenten bij het CAK aangeleverde persoonsgegevens worden aan de hand van de gegevens van het BRP geverifieerd. Het CAK maakt gebruik van de gegevens van zes informatieleveranciers: de zorgaanbieders voor persoons- en zorgurengegevens19Ziet uitsluitend op Wmo extramuraal tot en met zorgjaar 2019. Vanaf Wmo 2020 is de gemeente verantwoordelijk om betreffende gegevens te leveren via het Gemeentelijk Gegevensknooppunt (GGK).; de gemeenten voor parameters, vrijstellingen en persoons- en zorggegevens en minimabeleid; de BRP voor persoonsgegevens; het UWV voor inkomensgegevens en bevestigde broninhoudingen; de SVB voor bevestigde broninhoudingen en de relatiestatus van een cliënt; de Belastingdienst voor inkomensgegevens. Voor de gegevens van de informatieleveranciers geldt gebruikersverantwoordelijkheid. De directe verantwoordelijkheid voor de betrouwbaarheid (juistheid en volledigheid) van de gegevens ligt bij de informatieleveranciers zelf. Het CAK heeft niet de taak om vast te stellen dat iedereen die een eigen bijdrage zou moeten betalen, tijdig bij het CAK wordt aangemeld. Niet of te laat aangemelde cliënten vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het CAK. Het begrip rechtmatigheid speelt dus pas een rol vanaf de ontvangst van alle gegevens die nodig zijn voor vaststelling van de eigen bijdragen. Het CAK voert deze taak rechtmatig uit, als de eigen bijdragen voor Wmo volledig, juist en tijdig worden vastgesteld, opgelegd en de geïncasseerd en ontvangen eigen bijdragen voor Wmo volledig, juist en tijdig worden afgedragen aan de gemeenten. Vertragingen in de gegevensaanlevering door één van de zes informatieleveranciers vallen buiten het rechtmatigheidsbegrip van het CAK. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de (opvraag)procedures van het CAK (technisch) goed functioneren, zodat de (opvraag)procedure geen problemen veroorzaken. Ook gelden voor het CAK ten aanzien van de procedurele rechtmatigheid plichten om zorg te dragen dat de eigen bijdrage op de juiste informatie is gebaseerd en gevolgen van de foutieve registraties voor cliënten worden beperkt. Zie voor meer details paragraaf 3.3. Wettelijk is besloten om op de eigen bijdrage Wmo een anti-cumulatiebeding van toepassing te laten zijn. Het begrip rechtmatigheid wordt geconcretiseerd door de invulling van de begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid. Volledigheid heeft betrekking op het volledig afwikkelen van alle binnengekomen gegevens tot opgelegde eigen bijdragen. Het ‘volledig afwikkelen’ heeft betrekking op alle gegevens waarbij geen sprake is van kwijtschelding. Juistheid heeft als norm het juist opleggen van de eigen bijdrage volgens de door de gemeenten aangeleverde parameters. Het betreft vooral de juistheid van het berekeningsproces volgens de juiste procedures. Het begrip juistheid heeft ook betrekking op de juiste toepassing van het anti-cumulatiebeding. Het CAK hanteert als interne norm dat facturering moet plaatsvinden binnen maximaal acht weken nadat alle benodigde gegevens aanwezig zijn. Deze acht weken is opgebouwd uit zes weken voor facturering en twee weken voor het versturen van alle facturen. De begrippen volledigheid, juistheid en tijdigheid bepalen ook de rechtmatigheid van het incassoproces. Dit model sluit verder aan bij de intern opgestelde incassoprocedure van het CAK. Deze incassoprocedure is ter kennisgeving aangenomen door het Ministerie van VWS. Deze procedure geeft aan hoe het CAK de opgelegde eigen bijdragen moet incasseren en wanneer afboeking wegens oninbaarheid plaatsvindt. Als het CAK voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en de procedures zoals vastgelegd in het protocol ‘oninbaar verklaren & matigen invorderingen’, is er sprake van een rechtmatige uitvoering van de wettelijke taak van het incasseren van de eigen bijdragen Wmo. In de bestuurlijke verantwoording 2021 verantwoordt het CAK in het hoofdstuk van de matrices bestuurlijke verantwoording de in- en uitgaande geldstromen voor alle Wmo geldstromen samen. Dit betreft het totaal van Wmo 2015 en eerder, Wmo beschermd wonen en het abonnementstarief (Wmo 2020). In de hoofdstukken van de financiële overzichten van de activa en passiva op kasbasis en op basis van toerekeningbeginsel, verantwoordt het CAK de balansposities van de uitvoering van de Wmo 2020 separaat in de financiële overzichten, in de verloopoverzichten en toelichtingen hierop. In de bestuurlijke verantwoording beschrijft het CAK: de problemen die zich in het verslagjaar hebben voorgedaan ten aanzien van de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de vaststelling, oplegging en inning van de eigen bijdragen; de wijze waarop het management in het verslagjaar is geïnformeerd over de rechtmatige uitvoering van de eigen bijdrageregeling Wmo. Daarbij besteedt het CAK aandacht aan de volledigheid van de managementinformatie (kritische prestatie-indicatoren); de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de aanlevering van gegevens vanuit de informatieleveranciers, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de gegevensuitwisseling te optimaliseren; de problemen die het CAK heeft ondervonden bij de samenwerking met de broninhouders, welke aanvullende acties zijn ondernomen en welke maatregelen op managementniveau zijn genomen om de samenwerking met de broninhouders te optimaliseren; informatie die aan cliënten is verstrekt over de eigen bijdragen (bijvoorbeeld toezending brochures, organiseren van informatiebijeenkomsten). De in een kalenderjaar opgelegde, geïncasseerde en afgeboekte eigen bijdragen Wmo komen tot uitdrukking in de bestuurlijke verantwoording van het CAK in de post ‘Liquide middelen wettelijke taken’, de post ‘Door te storten middelen wettelijke taken’, de post ‘Debiteuren’ (inclusief analyse debiteurenpositie) en de post ‘Rekening-couranten’ als onderdeel van het overzicht van activa en passiva. Voor de goedkeuringstolerantie wordt uitgegaan van de mutatiestroom. Als grens geldt hierbij 1% van de in totaal opgelegde eigen bijdragen Wmo in het verslagjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel