Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Inzet en aansturing

Onderdeel van Aanwijzing taken en inzet rijksrecherche· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022

In alle gevallen waarin in een lopend onderzoek of nog te starten onderzoek inzet van de rijksrecherche gewenst is, informeert de (rijks)rechercheofficier van het betreffende parket de LOvJ RR. De LOvJ RR neemt – in afstemming met de stuurgroep opsporing, de directie of de piketfunctionaris van de rijksrecherche – een voorlopige beslissing over de inzet van de rijksrecherche. De LOvJ RR informeert de CCR. De CCR bepaalt of de inzet van de rijksrecherche inderdaad aangewezen is. Het besluit met betrekking tot de eventuele inzet van de rijksrecherche wordt door de LOvJ RR teruggekoppeld aan de (rijks)rechercheofficier die de melding heeft gedaan. Over de inhoudelijke aansturing van het rijksrecherche-onderzoek beslist het behandelend OM-onderdeel. Dat onderdeel is ook verantwoordelijk voor de voortgang en de wijze van afdoening. Op incidenten van de categorieën beschreven in paragraaf 2A (typische rijksrecherchezaken) onder II, III en IV volgt in principe altijd inzet van de rijksrecherche. Spoedig optreden is bij dergelijke incidenten noodzakelijk. Om die reden wordt in deze gevallen: de rijksrecherche onmiddellijk en rechtstreeks gealarmeerd door/via de meldkamer van de landelijke eenheid; het lokale OM-onderdeel door de politie zo spoedig mogelijk ingelicht; door het lokale OM-onderdeel zo spoedig contact gelegd met de LOvJ RR en/of de piketfunctionaris van de RR; door de LOvJ RR en/of de piketfunctionaris van de RR op zo kort mogelijke termijn de inzet van de rijksrecherche bevestigd; de inzet van de rijksrecherche naderhand ter goedkeuring aan de CCR voorgelegd. Een onverwijlde melding is ook noodzakelijk in de gevallen zoals beschreven onder 2B.II (confrontatie tussen justitiabelen en opsporingsambtenaren met de dood of zwaar lichamelijk letsel van een opsporingsambtenaar tot gevolg).

Rechtspraak bij dit artikel