In alle gevallen waarin in een lopend onderzoek of nog te starten onderzoek inzet van de rijksrecherche gewenst is, informeert de (rijks)rechercheofficier van het betreffende OM-onderdeel de landelijk coördinerend officier van justitie rijksrecherche (LOvJ RR).
De LOvJ RR neemt – in afstemming met de stuurgroep opsporing, de directie of de piketfunctionaris van de rijksrecherche – een voorlopige beslissing over de inzet van de rijksrecherche.
De LOvJ RR informeert de Coördinatiecommissie Rijksrecherche (CCR). De CCR bepaalt of de inzet van de rijksrecherche inderdaad aangewezen is.
Het besluit met betrekking tot de eventuele inzet van de rijksrecherche wordt door de LOvJ RR teruggekoppeld aan de (rijks)rechercheofficier die de melding heeft gedaan.
Over de inhoudelijke aansturing van het rijksrecherche-onderzoek beslist het behandelend OM-onderdeel. Dat onderdeel is ook verantwoordelijk voor de voortgang en de wijze van afdoening.
Artikel 2
Procedure
Onderdeel van Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022