Bepaalde vrijstellingen worden slechts verleend indien het land waaruit een vertegenwoordiging of vertegenwoordiger afkomstig is, een vergelijkbare vrijstelling verleent aan Nederlandse vertegenwoordigingen of vertegenwoordigers die in dat land verblijven. In dat verband wordt gesproken over wederkerigheid.
De DPG toetst de wederkerigheid per land. Landen waarbij sprake is van wederkerigheid worden op de zogenoemde A-lijst geplaatst, de andere landen op de B-lijst. Vertegenwoordigingen en vertegenwoordigers van een land op de A-lijst kunnen aanspraak maken op de vrijstellingen die zijn opgenomen in het A-pakket (het Wenen-pluspakket). Vertegenwoordigingen en vertegenwoordigers van een land op de B-lijst kunnen aanspraak maken op de vrijstellingen die zijn opgenomen in het B-pakket (het Wenen-sec pakket). In bijlage I bij dit besluit is een omschrijving van beide pakketten opgenomen met verwijzingen naar de relevante wettelijke bepalingen.
Functionarissen van internationale organisaties hebben de AO- of de BO-status. Voor functionarissen met de AO-status wordt aan de voorwaarde van wederkerigheid geacht te zijn voldaan. Ten aanzien van functionarissen met de BO-status is dit niet het geval. Ten aanzien van de internationale organisaties zelf speelt wederkerigheid geen rol. In de betreffende internationale overeenkomst is expliciet vastgelegd op welke vrijstellingen de internationale organisatie recht heeft.
De eis van wederkerigheid speelt in relatie tot de volgende belastingmiddelen en situaties:
Omzetbelasting:
De eis van wederkerigheid geldt voor de vrijstelling van omzetbelasting. Ten aanzien van prestaties in verband met officiële gebouwen gelden afwijkende regels, zie hiervoor nader paragraaf 5.2.3.
Energiebelasting en opslag duurzame energie en klimaattransitie en belasting op leidingwater:
De vrijstellingen van energiebelasting en opslag duurzame energie en belasting op leidingwater worden verleend indien er voor de betreffende producten ook een vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend. Daarmee speelt de eis van wederkerigheid ook ten aanzien van deze belastingen.
Accijns:
De vrijstelling van accijns op alcohol en tabak wordt verleend indien de desbetreffende vrijgestelde ter zake in aanmerking komt voor vrijstelling van belastingen bij invoer. Hierdoor is de wederkerigheidseis van de invoervrijstelling voor deze producten, mede van toepassing op de vrijstelling van accijns. Zoals bekendgemaakt in Stcrt. 2021, 48636 wordt de invoervrijstelling op tabak, en daarmee ook de vrijstelling van accijns op tabak per 1 januari 2023 afgeschaft.
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en Motorrijtuigenbelasting:
De eis van wederkerigheid geldt met betrekking tot de belasting op personenauto's en motorrijwielen en de motorrijtuigenbelasting slechts voor particuliere bedienden.
Overdrachtsbelasting:
De eis van wederkerigheid geldt ten aanzien van de vrijstelling van overdrachtsbelasting indien de betreffende onroerende zaak is bestemd voor bewoning door andere vertegenwoordigers dan het hoofd van de vertegenwoordiging.
Op grond van een internationale overeenkomst kunnen aan functionarissen van internationale organisaties dezelfde fiscale privileges zijn verleend als aan vertegenwoordigers van vergelijkbare rang van buitenlandse vertegenwoordigingen in Nederland. De op vertegenwoordigers van toepassing zijnde voorwaarden en procedures worden overeenkomstig toegepast. De vrijstellingen zijn, net als bij vertegenwoordigers, van overeenkomstige toepassing op inwonende gezinsleden van deze functionarissen.
Functionarissen hebben de AO- of de BO-status. Functionarissen met de AO-status worden gelijkgesteld aan vertegenwoordigers van landen op de A-lijst. Functionarissen met de BO-status worden in beginsel gelijkgesteld aan het ATB-personeel van een vertegenwoordiging op de B-lijst.
Particuliere bedienden in dienst van functionarissen komen niet in aanmerking voor diplomatieke vrijstellingen.
Ten aanzien van functionarissen van bepaalde internationale organisaties kunnen op basis van de van toepassing zijnde internationale overeenkomst, afwijkende regels gelden.
De vrijstellingen worden voorwaardelijk verleend. Dat houdt in dat een vrijstelling vervalt bij het niet meer voldoen aan de voorwaarden. Van niet meer voldoen aan de voorwaarden is bijvoorbeeld sprake als met een vrijstelling verkregen goederen worden geschonken, uitgeleend, verhuurd of verkocht, of anderszins voor commerciële doeleinden worden gebruikt. Dit geldt ook wanneer de goederen worden gebruikt voor samenvoeging tot een van de vrijstelling uitgesloten goed. Ten aanzien van diensten vervalt de vrijstelling, wanneer de dienst ten goede komt aan een ander dan de betrokken vertegenwoordiging of internationale organisatie.
Bij het vervallen van een vrijstelling is de belasting, waarvan eerder vrijstelling is verleend, verschuldigd door degene ten behoeve van wie de vrijstelling is verleend. Deze instelling of persoon wordt ter zake aangemerkt als belastingplichtige, zodat buiten twijfel staat dat de algemene heffingsbepalingen kunnen worden toegepast.
Wanneer de vrijstelling vervalt, dient de betrokken vrijgestelde vooraf contact op te nemen met Team IFB. De inspecteur stelt vervolgens vast in hoeverre ter zake belasting is verschuldigd. Hierbij worden de volgende regels gehanteerd.
Indien geen sprake is van oneigenlijk gebruik van de vrijstelling, wordt volstaan met heffing naar het tarief en over de waarde van het goed of de dienst op het moment waarop de vrijstelling vervalt, tot ten hoogste het bedrag aan belasting waarvan vrijstelling werd verleend. Indien sprake is van oneigenlijk gebruik van de vrijstelling wordt de verschuldigde belasting vastgesteld op ten minste het bedrag aan belasting waarvan vrijstelling werd verleend.
Uit doelmatigheidsoverwegingen keur ik het volgende goed. In afwijking van het voorgaande is bij het vervallen van de vrijstelling geen belasting verschuldigd, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het betreft een goed of dienst met een aanschafprijs van ten hoogste € 3.100 (inclusief omzetbelasting);
het goed of de dienst is gedurende ten minste vijf jaar ten goede gekomen aan het doel waarvoor de vrijstelling werd verleend;
het betreft geen motorrijtuig of dienst met betrekking tot een motorrijtuig.
Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, hoeft de betrokken vrijgestelde bij het vervallen van de vrijstelling geen contact op te nemen met Team IFB.
De vrijstellingen worden verleend voor redelijke hoeveelheden. Ter invulling van dit begrip zijn voor verschillende goederen quota gesteld. Deze quota zijn opgenomen in bijlage II bij dit besluit. Deze quota gelden voor alle vrijstellingsgerechtigden ten aanzien van de totale hoeveelheid van met vrijstelling aangeschafte/ingevoerde goederen. Voor goederen waarvoor geen quota zijn gesteld worden de redelijke hoeveelheden op individuele basis beoordeeld.
Het aantal met vrijstelling aan te schaffen motorrijtuigen hangt samen met de omvang van de vertegenwoordiging of internationale organisatie (officieel gebruik) en van de status van de betrokken medewerker (persoonlijk gebruik).
Het beleid inzake de toelating van vertegenwoordigers en functionarissen, hun inwonende gezinsleden en hun particuliere bedienden berust, evenals de toekenning van de status en de registratie van bedoelde personen, bij de DPG. Toegelaten personen ontvangen een door de DPG afgegeven identiteitsbewijs.
Vertegenwoordigingen en internationale organisaties melden de betrokkenen aan bij de DPG. Van de toegelaten personen worden aanmeldingen toegezonden aan Team IFB.
Uitwisseling van informatie tussen de DPG en Team IFB met betrekking tot aan- en afmeldingen en (eventuele wijzigingen van) nationaliteit, status, burgerlijke staat of adres geschiedt via PROBAS. Aan de hand van PROBAS en de aanmeldingen beoordeelt de inspecteur of aanspraak op vrijstellingen bestaat.
Indien in verband met toepassing van vrijstellingen, bijvoorbeeld ten aanzien van inwonende gezinsleden, onduidelijk zou zijn of een bepaalde persoon al dan niet is toegelaten of afgemeld, neemt Team IFB hierover contact op met de DPG.
Artikel 2
Algemeen
Onderdeel van Omzetbelasting, accijns, belasting op personenauto's en motorrijwielen, motorrijtuigenbelasting, overdrachtsbelasting, energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie en belasting op leidingwater, diplomatieke vrijstellingen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 30 juni 2022