In de Wet Vpb 1969 is de documentatieverplichting met betrekking tot verrekenprijzen op twee verschillende plekken geregeld, in artikel 8b, derde lid, Wet Vpb 1969 en in artikel 29b t/m 29h, 34f en 34g Wet Vpb 1969 (landenrapport, groepsdossier en lokaal dossier). Hieronder wordt allereerst op het landenrapport, het groepsdossier en het lokaal dossier ingegaan en vervolgens op de 8b documentatie.
Artikel 29b t/m h Wet Vpb 1969 is van toepassing op belastingplichtigen die aan bepaalde normen voldoen. In de regeling aanvullende documentatieverplichtingen verrekenprijzen van 30 december 2015 (DB2015/462M) zijn nadere regels gesteld voor de vorm en inhoud van het landenrapport, het groepsdossier en het lokaal dossier.
De verplichtingen van de artikelen 29b t/m 29h Wet Vpb 1969 zien alleen op grensoverschrijdende transacties tussen gelieerde groepslichamen en het geven van een onderbouwing van een zakelijke winstallocatie aan vaste inrichtingen.
De documentatieverplichting zoals omschreven in artikel 8b, derde lid, Wet Vpb 1969 bestaat uit een beschrijving van de vijf vergelijkbaarheidsfactoren van de gelieerde transacties zoals in hoofdstuk I omschreven, een onderbouwing van de keuze van de gehanteerde verrekenprijsmethode en een onderbouwing van de voorwaarden, waaronder de prijs, die bij de transacties tot stand zijn gekomen. Deze verplichting ziet zowel op nationale als grensoverschrijdende transacties met gelieerde lichamen.
Bij de codificatie van de documentatieverplichting ex artikel 8b, derde lid Wet Vpb 1969 is bewust niet gekozen voor een uitputtende lijst van documentatievereisten die ter onderbouwing van het arm’s-length karakter van de transacties nodig zijn. In die zin is sprake van een open norm. Bij de beoordeling van de toereikendheid van deze documentatie speelt het proportionaliteitsbeginsel een belangrijke rol. Het uitgangspunt is dat de extra administratieve lasten als gevolg van artikel 8b, derde lid Wet Vpb 1969 zoveel mogelijk beperkt dienen te worden.40Bij belastingplichtigen die verrekenprijsdocumentatie dienen te hebben op basis van artikel 8b, derde lid, Wet Vpb 1969, zal het ontbreken van een onderzoek of studie uit te voeren naar de (in databanken voorradige) prijzen die in vergelijkbare situaties tussen ongelieerde partijen tot stand zijn gekomen, niet per definitie leiden tot de conclusie dat de documentatie onvolledig is.
Gelet op de gehanteerde open norm realiseer ik me dat er bij belastingplichtigen onzekerheid kan ontstaan over de vraag of de aanwezige documentatie door de Belastingdienst als voldoende zal worden beoordeeld. Daarom is het mogelijk om bij de bevoegde inspecteur zekerheid te verkrijgen over de vraag of voldaan is aan de documentatieverplichting van artikel 8b, derde lid, Wet Vpb 1969.41Instelbesluit CGVP nr. 2018-4380.
Ik keur goed dat lichamen die met hun documentatie voldoen aan de in artikel 29g Wet Vpb 1969 gestelde eisen qua inhoud, ook voldoen aan de verplichting zoals geformuleerd in artikel 8b, derde lid, Wet Vpb 1969 voor zover het grensoverschrijdende transacties betreft. Indien de vereisten van artikel 29g Wet Vpb 1969 door lichamen ook toegepast worden op nationale transacties met gelieerde lichamen, keur ik goed dat wordt voldaan aan de documentatieverplichting zoals geformuleerd in artikel 8b, derde lid, Wet Vpb 1969.
Artikel 10
De documentatieverplichting
Onderdeel van Verrekenprijsbesluit 2022· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 2 juli 2022