Naar hoofdinhoud
Met in achtneming van artikel A, zijn de artikelen 1 tot en met 22 van het Reglement van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor series, met in achtneming van de hierna genoemde aanpassingen: Het vierde lid is niet van toepassing op aanvragen voor series. In artikel 5 van het Reglement worden voor series de woorden ‘referentiefilm(s)’ en ‘een bioscoopuitbreng gehad te hebben’ gelezen als: ‘referentieserie(s)’ en ‘primair openbaar gemaakt te zijn via televisie-/VOD-uitzending in Nederland’. Voor series wordt aan het tweede lid een slotzin toevoegd, luidende als volgt, waarbij het woord ‘filmproducties’ uitdrukkelijk niet moet worden gelezen als ‘series’: ‘Een aanvrager voor een bijdrage voor series voldoet tevens aan de in dit lid gestelde eisen indien hij een track record heeft met filmproducties dat voldoet aan in dit lid gestelde eisen.’ Het elfde lid van artikel 6 van het Reglement luidt voor series als volgt: De aanvrager overlegt bij de aanvraag de verklaring(en) van de voor televisie-/VOD-uitzending verantwoordelijke mediabedrijven en/of derde partijen die zich wat betreft financiering, televisie-uitzending, vertoning of exploitatie onvoorwaardelijk en schriftelijk aan de serie hebben verbonden. De aanvrager geeft daarbij volledig inzicht in de (onderliggende) contracten.’ Het tweede lid van artikel 7 van het Reglement luidt voor series als volgt: Om in aanmerking te komen voor een financiele bijdrage geldt voor: documentaireseries:een minimum van 4.000 euro aan productiekosten per uitzendminuut; animatieseries:een minimum van 8.000 euro aan productiekosten per uitzendminuut. dramaseries voor kinderen jonger dan 12 jaar:een minimum van 10.000 euro aan productiekosten per uitzendminuut voor een serie tussen de 10 en 25 minuten per aflevering dan wel een minimum van 8.000 euro per minuten voor series langer dan 25 minuten; overige dramaseries:een minimum van 12.000 euro aan productiekosten per uitzendminuut. Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor eensingle episodedienen de productiekosten minimaal 1 miljoen euro per aflevering te bedragen. De (extra) kosten ter verduurzaming van het productieproces kunnen onderdeel uitmaken van de begroting.’ Het derde lid van artikel 7 van het Reglement luidt voor series als volgt: Uitsluitend aanvragen voor series bestemd voor televisie-/VOD-uitzending in Nederland komen in aanmerking voor een subsidie en, waar het een internationale coproductie betreft, indien deze bestemd is voor televisie-/VOD-uitzending in twee of meer landen waaronder Nederland.’ Het vierde lid van artikel 7 van het Reglement luidt voor series als volgt: Een subsidie op grond van dit reglement wordt uitsluitend verleend ter tegemoetkoming in de productiekosten die kwalificeren volgens de kwalificatietoets en aantoonbaar in Nederland zijn besteed en indien deze tenminste 15% van het totale productiebudget te bedragen.’ Het zesde lid sub e.) van artikel 7 van het Reglement luidt voor series als volgt: het bij de aanvraag overgelegde financieringsplan haalbaar en solide is;’ Het zesde lid sub f.) van artikel 7 van het Reglement luidt voor series als volgt: voldoende vertrouwen bestaat dat het filmplan naar behoren zal worden uitgevoerd en dat de scenario’s productiegereed zijn;’ Het zesde lid sub k.) van artikel 7 van het Reglement luidt voor series als volgt: het voornemen tot televisie-/VOD-uitzending voldoende onderbouwd is door het filmplan met alle daartoe behorende bijlagen en stukken;’ Het zesde lid van artikel 7 sub n.) luidt als volgt: de aanvrager, in geval het een internationale coproductie betreft, aantoonbaar verzekerd heeft dat de serie ook via televisie-/VOD-uitzending in Nederland voor het publiek beschikbaar zal zijn;’ Voor series luidt artikel 10 van het Reglement lid 1 sub g.) als volgt, waarbij het woord ‘filmproducties’ in afwijking van artikel A uitdrukkelijk niet als ‘series’ dient te worden gelezen: verlening van de gevraagde subsidie ertoe zou leiden dat aan de aanvrager op grond van dit reglement in een kalenderjaar voor een totaalbedrag groter dan 3 miljoen euro voor series aan subsidies wordt verleend;’ Voor televisieseries wordt sub l.) een weigeringsgrond toegevoegd, die luidt: Indien de aanvraag een televisieserie betreft die is aan te merken als een ‘soap’, ‘situation comedy’, pornografie, een voorlichtingsproductie, promotionele productie, informatieve productie, bedrijfsfilmproductie, reportage- dan wel journalistieke productie, zuiver wetenschappelijke of didactische productie, reclame of educatieve productie.’ Het tweede lid sub b.) van artikel 13 van het Reglement luidt voor series als volgt: ervoor te zorgen dat de opnamen, of in het geval van animatieseries de uitvoering, van de serie waarvoor de subsidie is verleend, niet eerder starten dan nadat én door het Fonds is bericht dat de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in dit lid onder a.), én de in artikel 12 bedoelde verzekeraars definitieve dekking hebben verleend;’ Het tweede lid sub c.) van artikel 13 van het Reglement luidt voor series als volgt: het bestuur voorafgaand in kennis te stellen van het moment waarop de opnamen, of in het geval van animatieseries de uitvoering van de serie waarvoor een subsidie is verleend, starten en ervoor te zorgen dat de uitzendkopie 36 maanden na de ondertekening van de uitvoeringsovereenkomst gereed en geleverd is en via televisie-/VOD-uitzending wordt meegedeeld aan het publiek;’ Artikel 16 van het Reglement luidt voor series als volgt: ‘De aanvrager verplicht zich om tijdig, dat wil zeggen ten tijde van de afwerking van de serie contact op te nemen met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, of een andere met het oog op het behoud en conservering van cultureel erfgoed geëigende instelling, en dit instituut toegang te verschaffen tot (bronmaterialen van) de serie conform de voorwaarden zoals vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol Stimuleringsmaatregel.’ Het eerste lid sub c) van artikel 17 van het Reglement luidt voor series als volgt: informeert het Fonds adequaat en schriftelijk over de tijdstippen c.q. start van de televisie-/VOD-uitzending, het publieksbereik en de kosten en de opbrengsten die door exploitatie van de serie worden gerealiseerd.;’ In het eerste lid d) van artikel 17 van het Reglement vervallen voor series de woorden ‘een DCP en’. Aan het vijfde lid wordt een zin toegevoegd die luidt: ‘Het Fonds is bevoegd het verzoek tot vaststelling aan te houden zo lang geen televisie-/VOD-uitzending in Nederland heeft plaatsgevonden van de serie.’ Artikel 22, vierde lid, luidt voor series als volgt: In artikel 22, zevende lid, van het Reglement wordt voor series ingevoegd na de woorden ’20 mei 2014’ de woorden ‘en voor series op 1 oktober 2017’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel