Door de Wet straffen en beschermen (wet senb) veranderen de regels voor verlof, het penitentiair programma (PP) en de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI). Gelet op het in de wet opgenomen overgangsrecht is een aantal onderdelen van de wet senb niet direct van toepassing op alle gedetineerden.
Er komt een overgangsperiode met een maximale duur van 3 jaar. Het overgangsrecht PP geldt voor gedetineerden die op 1-12-2021 een strafrestant (met aftrek van v.i.) van maximaal 3 jaar hebben en een einddatum detentie vóór 01-12-2024 (art IV PBW1Artikel IV1.Artikel I, onderdeel B, van deze wet heeft geen gevolgen ten aanzien van beslissingen tot deelname aan een penitentiair programma die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze wet. Artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, blijft in deze gevallen van toepassing.2.Artikel I, onderdeel B, van deze wet is niet van toepassing op vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen waarvan de tenuitvoerlegging is aangevangen voor de inwerkingtreding van deze wet, indien de tenuitvoerlegging ten hoogste drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet nog gaande is. Artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, blijft in deze gevallen van toepassing.). De doelgroep bestaat uit:
Gedetineerden die uiterlijk voor 01-12-2021 onherroepelijk veroordeeld zijn en waarbij de detentie voor 01-12-2021 is aangevangen of
Gedetineerden waarbij de voorlopige hechtenis vóór 01-12-2021 is aangevangen of
Gedetineerden die op 01-12-2021 beschikken over een besluit tot deelname aan een PP.
Indien de (fictieve) ontslagdatum tijdens de detentie verandert waardoor de ontslagdatum niet langer vóór 01-12-2024 komt te liggen, kan een gedetineerde niet langer voor het overgangsrecht PP in aanmerking komen.
Voor de doelgroep, die onder het overgangsrecht valt geldt:
Het PP is maximaal 1/6e deel van de totale straflengte,
Met een duur van minimaal 4 weken en maximaal 12 maanden
Combineren met plaatsing in een BBA. De totale duur is maximaal 1/6e deel van de straf. Elke verdeling in maanden is toegestaan, als de periodes voor BBA en PP bij elkaar opgeteld niet langer duren 1/6e deel van de straf.
De gedetineerde mag bij een duur van 12 maanden bijvoorbeeld 3 maanden BBA en 9 maanden PP doen. Of andersom: 9 maanden BBA en 3 maanden PP.
Vanuit het D&R-plan wordt bepaald welke modaliteit (deelname aan het PP of de plaatsing op een BBA), het meest passend is voor het re-integratietraject van de gedetineerde.
De Sf beslist over deelname aan PP.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Beleidskader Penitentiair Programma, Overgangsrecht van het Gevangeniswezen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 7 juli 2022