Gedetineerden kunnen re-integratieverlof voor extramurale arbeid en daarmee een plaatsing in een BBA combineren met PP. Elke verdeling in maanden is toegestaan, als de periodes voor BBA en PP bij elkaar opgeteld maar niet langer duren dan maximaal een zesde deel van de straf met een maximale duur van 12 maanden en de minimale duur van 4 weken per modaliteit wordt gehandhaafd.
Als een gedetineerde in aanmerking komt voor re-integratieverlof voor extramurale arbeid (BBA) én een PP, beslist de Sf op basis van voordracht van de VD. Als de Sf negatief besluit, kan de Sf de gedetineerde adviseren alsnog een aanvraag te doen voor re-integratieverlof voor extramurale arbeid.
Om te beoordelen welk traject het best past bij de re-integratie van de gedetineerde, geldt voor PP, dat aanvullend op de BBA-randvoorwaarden, er sprake moet zijn van:
Een aanvaardbaar goedgekeurd verblijfadres;
Re integratiedoelen op het weer zelfstandig kunnen wonen, de thuissituatie en het opbouwen van het sociaal netwerk;
Een afweging op de risico’s en de slachtofferbelangen i.r.t. de extra toe te kennen vrijheden.
Deelname aan een PP is geen recht, doch een gunst; iedere gedetineerde wordt individueel getoetst. De VD en het MDO toetst of aan alle criteria en voorwaarden voor deelname aan PP is voldaan. De VD adviseert aan de Sf of een gedetineerde in aanmerking kan komen voor deelname aan een PP. Let op: een verzoek van een gedetineerde moet altijd doorgezonden worden naar de Sf, ook als alle adviezen negatief zijn (art. 18 PBW, gedetineerde heeft het recht een verzoekschrift in te dienen, deelname aan PP wordt expliciet genoemd)
De Sf beslist over deelname aan PP en betrekt in ieder geval:
De aard, zwaarte en achtergronden van het gepleegde delict (denk hierbij ook aan belangen van slachtoffers en/of nabestaanden);
Het huidige detentieverloop, waaronder het gedrag van de gedetineerde, het nakomen van afspraken door de gedetineerde en diens gemotiveerdheid;
Het gevaar voor recidive;
De mate waarin de gedetineerde in staat zal zijn de met de grotere vrijheden gepaard gaande verantwoordelijkheid te kunnen dragen;
Een aanvaardbaar verblijfadres;
De geschiktheid van de gedetineerde voor een PP zoals het voldoen aan de basisvoorwaarden;
De mate van onzekerheid over de datum van invrijheidstelling;
De Sf beslist ook over het toepassen van elektronisch monitoring (EM) op basis van advies van de VD, het reclasseringsadvies én het deeladvies EM. EM kan opgelegd worden t.b.v. ondermeer monitoring van een gebiedsgebod of een gebiedsverbod.
De Sf kan bepalen dat geen EM wordt toegepast als:
De duur van het PP korter is dan negen weken,
EM afbreuk doet aan de resocialisatie van de deelnemer of
Bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Artikel 3
Besluit PP
Onderdeel van Beleidskader Penitentiair Programma, Overgangsrecht van het Gevangeniswezen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 7 juli 2022