Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Beleidskader Kortdurend Penitentiair Programma van het Gevangeniswezen· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 7 juli 2022

Met de visie ‘Recht doen, kansen bieden’ en bijbehorende Wet straffen en beschermen (Wet SenB) wordt gestreefd naar een effectievere uitvoering van gevangenisstraffen. De visie gaat over de wijze waarop een gevangenisstraf wordt uitgevoerd vanuit het perspectief van de geloofwaardigheid van straffen en de bescherming van de maatschappij. Door de Wet straffen en beschermen zijn de regels voor verlof en het PP veranderd. Vanaf 1 december 2021 vervalt het Penitentiair Programma (PP) voor gedetineerden die in totaal langer dan 1 jaar gevangenisstraf hebben1Er is een PP overgangsrecht voor gedetineerden die op 1-12-2021 een strafrestant (met aftrek van v.i.) van maximaal 3 jaar hebben en een einddatum detentie vóór 01-12-2024. Hiervoor geldt het beleidskader PP overgangsrecht. Alleen gedetineerden met één straf van 6 maanden tot 1 jaar dan wel met straffen met een gezamenlijke duur van 6 maanden tot 1 jaar komen nog in aanmerking voor PP. Het PP duurt 1/6e deel van de straf, minimaal 4 weken en maximaal 2 maanden. Het PP is een programma waaraan gedetineerden kunnen deelnemen ter verdere tenuitvoerlegging van de aan hen opgelegde vrijheidsstraf of veroordeling in eerste aanleg in aansluiting op hun verblijf in een inrichting. Evenals elke vorm van re-integratieverlof is ook PP alleen toegestaan als het bijdraagt aan de realisatie van een of meer re-integratiedoelen zoals opgesteld in het persoonlijk D&R-plan van de gedetineerde. Specifiek voor PP geldt dat dit re-integratiedoelen moeten zijn op de basisvoorwaarden werk en inkomen én huisvesting, de thuissituatie en het opbouwen van het sociaal netwerk. De gedetineerde heeft tijdens de detentie aan deze re-integratiedoelen gewerkt en PP is derhalve een logische vervolgstap. Het PP is een maatwerktraject en biedt een voorwaardelijk kader om gedetineerden geleidelijk voor te bereiden op hun terugkeer in de samenleving. Voor het toekennen van PP geldt ondermeer een weging en beoordeling van gedrag, risico’s en slachtofferbelangen in relatie tot de toe te kennen vrijheden. Het PP vormt daarmee een belangrijk onderdeel van de detentiefasering en is beschikbaar in die gevallen waarin het alternatieve voorwaardelijk kader van de v.i., als gevolg van de beperkte strafduur, niet beschikbaar is. Vóór inwerkingtreding van de wet konden gedetineerden met straffen langer dan een jaar ook in aanmerking komen voor deelname aan een PP. Het programma werd dan voorafgaand aan de v.i. doorlopen. In de wet is de overlap tussen beide modaliteiten van de detentiefasering opgeheven, ook is bij de totstandkoming aandacht besteed aan de omstandigheid dat tussen de beide modaliteiten inhoudelijk geen wezenlijke verschillen bestaan. In beide gevallen gaat het immers om een kader dat persoonsgericht wordt ingevuld en waarbinnen gedetineerden zich onder toezicht en voorwaarden in de maatschappij begeven2Kamerstukken II 2018/19, 35 122, nr. 3, blz. 40. Het PP vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de directeur en is onderdeel van de tenuitvoerlegging van de straf. De selectiefunctionaris beslist namens de minister over de deelname aan het programma.

Rechtspraak bij dit artikel