**1.** De omgevingsdienst rapporteert uiterlijk op 13 augustus 2027, 11 februari 2028, 11 augustus 2028 en 9 februari 2029 aan de minister over de voortgang van de in het projectplan opgenomen activiteiten.
**2.** De in het eerste lid genoemde rapportage omvat in ieder geval:
de in bijlage 1, onderdeel A, genoemde activiteiten, onderverdeeld naar:
informatieplichtige bedrijven;
onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
EU ETS-deelnemers.
het aantal uitgevoerde hercontroles op de energiebesparingsplicht onderverdeeld naar het aantal bedrijven per jaar, onderverdeeld naar:
informatieplichtige bedrijven;
onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
EU ETS-deelnemers.
het aantal geconstateerde overtredingen onderverdeeld in:
gebouwmaatregelen;
procesmaatregelen; en
faciliteitmaatregelen.
de besteding van de specifieke uitkering, waarbij wordt vermeld:
de totale omvang van de besteding;
het percentage dat is besteed aan de activiteiten, bedoeld in bijlage 1, onderdeel A; en
het percentage dat is besteed aan de activiteiten, bedoeld in bijlage 1, onderdeel B.
het aantal nog te bezoeken bedrijven op basis van het projectplan.
**3.** De rapportage, bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat is geplaatst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
**4.** Indien de rapportages, bedoeld in het tweede en derde lid, niet overeenkomen met de in het projectplan beoogde uitvoering van de activiteiten kan de minister hierover in overleg treden met de omgevingsdienst.
Artikel II van Stcrt. 2026/17723 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7
Monitoring
Onderdeel van Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 14 mei 2026