**1.** De minister voert één jaar na ingebruikname van de productie-installatie waar de sdek-subsidie betrekking op heeft, een toets passende stimulering of cumulatietoets uit.
**2.** Indien uit de toets passende stimulering blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt:
verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie zodanig dat geen sprake meer is van overstimulering; en
past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
**3.** Indien uit de cumulatietoets blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt:
verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie ter compensatie van de overstimulering met ten hoogste de toekomstige waarde van het bedrag aan de steun uit andere steunmaatregelen; en
past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
**4.** De minister kan in afwijking van het tweede lid, onderdeel b, of het derde lid, onderdeel b, de sdek-subsidie met ingang van een ander moment aanpassen indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is.
**5.** Indien uit de toets passende stimulering of de cumulatietoets blijkt dat geen sprake is van overstimulering of dat de overstimulering minder dan € 10.000 bedraagt, stelt de minister de subsidieontvanger op de hoogte van de uitkomst van de toets.
§ 4
Artikel 13
(begintoets)
Onderdeel van Beleidsregel toets passende stimulering en cumulatietoets onder het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 12 juli 2022