Voor werknemers die voorafgaand aan 1 augustus 2022 een dienstverband zijn aangegaan en waarvan de laatste contractdag ligt op of na 1 augustus 2022, komt de werkgever in aanmerking voor vrijstelling van de voorwaarden van hoofdstuk 2, indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid.
Er wordt vrijstelling verleend, indien:
de werknemer minimaal 6 maanden en maximaal 12 maanden ononderbroken in dienst is geweest bij de werkgever die een beroep doet op de vrijstelling;
de werknemer direct voorafgaand aan het in dienst treden bij de werkgever ten minste meer dan 8 weken recht heeft gehad op een werkloosheidsuitkering van het primair onderwijs als bedoeld in artikel 138 Wpo dan wel artikel 132 tweede lid van de Wec zoals deze gold ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst;
Ondanks het bepaalde in het eerste lid wordt er geen vrijstelling verleend aan de werkgever:
die een werknemer in dienst neemt die direct voorafgaand aan het ontstaan van het recht op de werkloosheidsuitkering als bedoeld in het eerste lid, onder b, reeds in dienst was bij dezelfde werkgever of diens rechtsvoorganger;
die door UWV voor die werkloosheidsuitkering verantwoordelijk is gesteld.
Om in aanmerking te komen voor de vrijstelling, overlegt de werkgever de volgende documenten:
de door werknemer ondertekende ‘verklaring uitkeringsverleden’;
een afschrift van de arbeidsovereenkomst waaruit de datum indiensttreding blijkt;
een document waaruit de datum van de laatste contractdag als bedoeld in het eerste lid blijkt.
Indien het Participatiefonds vrijstelling heeft verleend, geldt een eigen bijdrage van 0 procent van de werkloosheidsuitkeringskosten.
Hoofdstuk 3
Artikel 23b
Vrijstellingsregeling voor niet eigen uitkeringsgerechtigden oud
Onderdeel van Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra versie 1 augustus 2022· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 16 juli 2022