Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Uitkeringsplafond

Onderdeel van Regeling specifieke uitkering flexibele inzet ondersteuning woningbouw tweede tranche· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 6 juli 2023

1. Het uitkeringsplafond voor aanvragen op grond van artikel 2 bedraagt in het kalenderjaar 2022 € 40.000.000. 2. Het uitkeringsplafond voor aanvragen op grond van artikel 2 bedraagt in het kalenderjaar 2023 € 8.800.000 inclusief BTW. 3. Specifieke uitkeringen worden per aanvraagtijdvak toegekend op basis van de evenredige verdeling naar de bruto nieuwbouw woningbouwopgave per provincie op basis van de woningbouwcijfers uit 2022 van ABF. 4. De specifieke uitkering voor het kalenderjaar 2022 op basis van ABF cijfers juni 2022 bedraagt per provincie ex BTW: Drenthe: € 455.216; Flevoland: € 1.336.415; Friesland: € 701.618; Gelderland: € 3.975.835; Groningen: € 739.205; Limburg: € 887.384; Noord-Brabant: € 5.145.198; Noord-Holland: € 6.644.489; Overijssel: € 1.845.923; Utrecht: € 3.662.612; Zeeland: € 430.000; en Zuid-Holland: € 8.553.056. 5. De specifieke uitkering voor het kalenderjaar 2023 op basis van ABF cijfers juni 2022 bedraagt per provincie exclusief BTW: Drenthe: € 100.293; Flevoland: € 294.439; Friesland: € 154.580; Gelderland: € 875.956; Groningen: € 162.862; Limburg: € 200.587; Noord-Brabant: € 1.133.590; Noord-Holland: € 1.463.913; Overijssel: € 406.694; Utrecht: € 806.947; Zeeland: € 83.731; en Zuid-Holland: € 1.884.409. 6. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die is verschuldigd over kosten voor de activiteiten in artikel 2 voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel