Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2c › Paragraaf 2c.1

Artikel 2.15

Finaal karakter van het besluit tot daadwerkelijk herstel

Onderdeel van Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 12 mei 2026

1. Met het besluit tot daadwerkelijk herstel en een besluit als bedoeld in artikel 2.12, tweede lid, wordt alle schade aan het object finaal afgehandeld overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en dat besluit. 2. De finaliteit, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor mestkelders, indien na de bouw een trilling met een snelheid van 10 mm/s of hoger is berekend op het adres. 3. De aanvrager ontvangt een vaste eenmalige en finale vergoeding ter hoogte van € 2.000,– voor alle bijkomende kosten, materiële gevolgschade en overlast. De vergoeding, bedoeld in de vorige volzin, ziet niet op: kosten, bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, onderdeel d, en het derde lid, onderdelen b, c en d; daadwerkelijk gemaakte onderzoeks- en ontwerpkosten die noodzakelijk en redelijk zijn om de maatregelen, als bedoeld in artikel 2.12, zesde lid, onderdelen b en c, te kunnen laten uitvoeren door een eigen aannemer, tot een maximum van € 10.000, inclusief btw, per toegekend recht op daadwerkelijk herstel; legeskosten die zijn gemaakt ten behoeve van een vergunningaanvraag voor het in uitvoering laten brengen van de maatregelen door een eigen aannemer, als bedoeld in artikel 2.12, zesde lid, onderdelen b en c, met dien verstande dat ten hoogste de legeskosten van de betreffende gemeente worden vergoed die horen bij bouwkosten van ten hoogste € 60.000, inclusief btw, die worden vergoed onder daadwerkelijk herstel; waardedaling als bedoeld in hoofdstuk 3; en immateriële schade als bedoeld in hoofdstuk 4. 4. Artikel 2.10, derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de finaliteit niet eerder dan vijf jaar, gerekend vanaf de dag na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, kan worden doorbroken, tenzij er na een aardbeving in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk die op het adres van het object heeft geleid tot een trillingssnelheid van 5 mm/s of hoger, nieuwe schade geconstateerd wordt en het maximale bedrag voor daadwerkelijk herstel van € 60.000, inclusief btw, ontoereikend is om ook die nieuwe schade te herstellen. 5. Onderzoeks- en ontwerpkosten, als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, komen uitsluitend voor vergoeding in aanmerking indien: het Instituut voorafgaand aan het maken van deze kosten toestemming heeft verleend; het ontwerp wordt opgesteld door een constructeur; eventuele aanvullende onderzoeken, op advies van deze constructeur, noodzakelijk zijn om het advies van de deskundige over het herstel van de betreffende schade om te zetten in een uitvoeringsontwerp; en de aanvrager ter onderbouwing van de kosten: een onderzoeksrapport overlegt waarin de constructeur zijn bevindingen en conclusies heeft opgenomen; en een factuur van de gemaakte kosten overlegt. 6. het Instituut verleent in ieder geval geen voorafgaande toestemming, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, indien het Instituut serieuze twijfels heeft over de geschiktheid van de constructeur. 7. Indien een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon eigenaar of mede-eigenaar is geworden, dan wel houder van het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht, van het object waarop het besluit tot daadwerkelijk herstel ziet en dit recht is overgegaan op de nieuwe rechthebbende, kan het Instituut het besluit op naam stellen van de rechthebbende, indien hij een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, onderdeel m, sluit voor het resterende deel van het recht op daadwerkelijk herstel. Artikel 2.13, eerste en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel