**1.** Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen persoonsgegevens en de vastgelegde gegevens, bedoeld in artikel 14, tweede lid, die verwerkt worden voor:
de heffing en invordering van de vrachtwagenheffing;
de handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
**2.** Onze Minister bewaart de persoonsgegevens:
bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a:
totdat de termijn, bedoeld in artikel 3:307, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek is verstreken;
niet langer dan zeven werkdagen, voor zover uit de vergelijking van de vastgelegde gegevens met de informatie, bedoeld in het vijfde lid, blijkt dat de heffing op de juiste wijze is berekend door de dienstaanbieder;
bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b:
gedurende de termijn, bedoeld in artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbinnen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd;
gedurende een termijn van vijf jaar nadat een bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onherroepelijk is en is betaald, is vernietigd of op grond van artikel 18 is kwijtgescholden; of
totdat de termijn van artikel 4:104 van de Algemene wet bestuursrecht is verstreken.
**3.** De persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid, worden door Onze Minister beschikbaar gesteld voor opname in het register, bedoeld in artikel 24, eerste lid.
**4.** De informatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder b, van de Wet implementatie EETS-richtlijn die door de dienstaanbieder wordt verstrekt, wordt door Onze Minister niet langer dan zeven werkdagen bewaard.
**5.** Dit artikel laat overige wettelijk voorgeschreven bewaartermijnen onverlet.
Hoofdstuk 9
Artikel 21
(bescherming persoonsgegevens, gebruikt door Onze Minister)
Onderdeel van Wet vrachtwagenheffing· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2026